Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bleef wijselijk in Duitschland. Alva wist liem toch te treffen, door zijn zoon, Philips Willem, van de hoogeschool te Leuven te laten oplichten en naar Spanje te voeren. In alle rangen en standen vond de bloedraad zijne slachtoffers. Het geheele land was in rouw en zoo groot de verslagenheid, dat bijna niemand aan verzet dacht.

Toen trad Willem van Oranje op als redder van het bedreigde land. Hij verkocht zijne goederen en kostbaarheden, kreeg hulp van zijne broeders, sommige Duitsche vorsten en uitgeweken Nederlanders en bracht vier legers in het veld. Drie daarvan verrichtten niets; alleen dat, hetwelk onder bevel van Willems broeder Lodewijk stond, had eenigen voorspoed. Lodewijk trok de provincie Groningen binnen en leverde Aremberg, stadhouder der 4 noordelijke provinciën, den slag bij Heiligerlee (1568), waarin hij de overwinning behaalde, maar zijn broeder Adolf verloor. Daarmee was de Tachtigjarige oorlog begonnen, waarin ten slotte de moed der Nederlanders, gesteund door de kracht van den godsdienst, op Spanjes geduchte legerbenden zegevierde. Aan de Calvinisten inzonderheid is dit te danken. Toen de hooge adel, die meer uit persoonlijke grieven tot den opstand overhelde, en de lage adel, die eveneens persoonlijk belang op liet oog had, bij het nijpen van het gevaar tot de gehoorzaamheid aan den koning terugkeerden, hielden de Calvinisten, het behoud van hun godsdienst boven alles achtend, stand, en versaagden niet, in den hoogsten nood hun vertrouwen steeds op God stellend. Terecht is daarom gezegd: „Wat het licht voor ons oog, de lucht voor onze longen is, dat is eenmaal het Calvinisme voor ons vaderland geweest: zijne levensvraag, de bron zijner sterkte en van zijn bestaan." (Van Vloten).

Sluiten