Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarop volgden weer donkere dagen. Op Requesens' bevel sloeg Valdez het beleg voor Leiden (1574). Aan het behoud dezer vesting was alles gelegen. Als Leiden viel, was naar alle waarschijnlijkheid Hollands lot beslist. Om de stad te ontzetten, deden Lodewijk en zijn broeder Hendrik een inval in ons land, maar zij werden bij Mook verslagen en gedood (1574). Ontzaglijk groot werd de ellende te Leiden, daar bijna alle voedsel opgeteerd was, en eene besmettelijke ziekte onder de bevolking heerschte. De prins had de Maasen IJseldijken doorgestoken en de sluizen bij Rotterdam en Schiedam opengezet, maar een aanhoudende oostenwind belette het stijgen van het water. Na weken wachtens draaide de wind en joeg de zee landwaarts in. De Spanjaarden braken het beleg op, en Boisot voer met eene vloot platboomde schepen over de verdronken velden en bracht levensmiddelen in de stad. Toen moest het godvruchtig gemoed zijne dankbaarheid uiten, en de Geuzenaanvoerders, gevolgd door het scheepsvolk en de in allerijl verzadigde burgerij, togen naaide kerk. Daar greep eene zoo machtige ontroering de menigte aan, dat zij den dankpsalm niet ten einde kon brengen. Tot loon voor de betoonde dapperheid en volharding kreeg de stad in het volgende jaar eene hoogeschool.

In weerwil van Leidens behoud bleef de zaak des lands hachelijk. Holland en Zeeland bevonden zich in erbarmelijken toestand. Met groote inspanning werden de dijken door de verarmde en uitgeputte bevolking hersteld. Zoozeer was de veestapel gedund, dat het slachten voor onbepaalden tijd verboden werd. Zierikzee viel in handen van Mondragon, waardoor de gemeenschap tusschen Holland en Zeeland afgesneden was. De jaren 1573 en 1576 (Haarlem, Mook, Zierikzee) zijn de donkerste van den vrijheidskamp geweest,

4*

Sluiten