Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lofte zwoeren de Nederlanders Philips als hun vorst af (1581). Reeds was een nieuwe landsheer gekozen, Frans van Anjou, die in 1582 in het land kwam. De prins was voor deze keuze geweest, omdat aansluiting bij Frankrijk hem gewenscht voorkwam. Dit rijk was toch het eenige, dat Spanje met goed gevolg weerstand bieden kon, en een bondgenootschap met Frankrijk ontnam aan den opstand het karakter van

een godsdienstoorlog.

Niet groot was de macht, aan Anjou opgedragen, en in Holland en Zeeland, waar Willem het meest te zeggen had, was zij al heel gering. Eene onbeteekenende rol spelen beviel den hertog evenwel niet, en daarom besloot hij het voorbeeld van don Juan te volgen. Hij trachtte zich van Antwerpen meester te maken (Fransche furie, 1583), maar de burgers, beter op hunne hoede dan in 1576, verijdelden den aanslag. Nu keerde hij naar Frankrijk terug en overleed daar in 1584. De tijding van zijn dood werd den prins gebracht door Balthazar Gérard, een dweepziek man, die reeds lang het plan had gekoesterd den prins te dooden. Van de wonde, dezen in 1582 door Jean Jauregui te Antwerpen toegebracht, was Willem gelukkig opgekomen, maar Gérard trof hem doodelijk. In Delft gekomen, werd hij dadelijk bij den prins toegelaten, die te bed lag. Hierop had Gérard niet gerekend; hij had geen wapen bij zich en kon dus niets uitrichten. Hij nam voorloopig afscheid en kreeg van den prins geld voor schoenen en kousen, omdat hij, volgens zijn zeggen, anders de godsdienstoefening niet durfde bijwonen. Voor dit geld kocht hij evenwel twee zinkroeren, kruit en kogels, die hij bovendien vergiftigde.

Twee dagen later begaf hij zich, de pistolen onder de jas, weer naar de woning van den prins, van wien hij een pas-

Sluiten