Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

predikanten aanstelden, bij wie zij niet ter kerk wilden gaan. Hunne vergaderingen in schuren en andere onaanzienlijke plaatsen werden door de vroedschap verboden; den ContraRemonstrantschen predikanten, die niet zwijgen wilden, ontnam men hun ambt. Vandaar allerlei ongeregeldheden, tot beteugeling waarvan Oldenbarnevelt de hulp van Maurits inriep. Deze weigerde, vooral op raad van Willem Lodewijk, die hem voorhield, dat de oude godsdienst, waarvoor men reeds zoo lange jaren gestreden had, in gevaar was, en voortaan stond Maurits vijandig tegenover Oldenbarnevelt. ,i Oldenbarnevelt had vele vijanden. Een van hen was ~ Jacobus I, koning van Engeland. Dit rijk had nog ongeveer 9 millioen gulden van ons te vorderen wegens verleende hulp en bezette nog altijd Vlissingen, den Briel en het fort Rammekens. In een tijd van geldverlegenheid had Oldenbarnevelt van Jacobus de ontruiming der pandsteden weten te verkrijgen tegen een vergoeding van 3 millioen gulden. Dit vergaf Jacobus den behendigen staatsman niet.

Een ander vijand was Frangois van Aerssen, voorstander van de oppermacht der Staten-Generaal, die het aan Oldenbarnevelt toeschreef, dat hij niet meer den gezantschapspost

te Parijs bekleedde.

Gevaarlijker vijand was Maurits. Hij had met Oldenbarnevelt reeds oneenigheid gekregen naar aanleiding van den tocht naar Duinkerken; later hadden zij verschil over het sluiten van het Bestand. Eene andere grief van Maurits was nog deze. Toen de koning van Frankrijk voorstelde, om den prins het hoogste gezag over deze landen op te dragen, was Oldenbarnevelt hier tegen geweest. Om al deze redenen, maar bovenal omdat Maurits meende den godsdienst, dien zijn vader in onze landen had geplant, te moeten beschermen

Sluiten