Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van een exercitiegenootschap werden bij eene parade in Den Haag gedrongen en gescholden, waarop een hunner een burger wondde), ontnamen de Staten van Holland den prins het bevel over het garnizoen in Den Haag.

De houding van den prins, onder al die tergingen, was niet zeer kordaat. In plaats van aan het hoofd der troepen zijne rechten te handhaven, week hij voor den vijand, vei'liet Den Haag en vestigde zich op het Loo.

Ook in andere provinciën was tweedracht, bijv. in Gelderland, waar Elburg en Hattem overhoop lagen met de Staten van het gewest. In de steden was men vóór volksinvloed, en toen zij, in weerwil van het verbod der Staten, met het verkondigen harer meeningen voortgingen, gaven de Staten den stadhouder last bezetting in de steden te leggen. Op de tijding hiervan schorsten de Staten van Holland Willem V in zijne betrekking als kapitein-generaal.

Sterker en sterker werd dus de volksgezinde partij, totdat eindelijk den regenten de oogen open gingen. Zij zagen in, dat de overwinning dier partij tevens hun val zou zijn. De vroedschappen van Amsterdam en Rotterdam boden de hand der verzoening aan Willem, doch het was te laat. De volksgezinden hadden de meerderheid gekregen in de Statenvergadering van Holland en richtten nu alles in naar hun zin. Zij brachten de provincie in geduchten staat van verdediging. Vijf regenten uit verschillende steden vormden de Commissie van defensie (verdediging), en twee legertjes, vliegende legertjes geheeten, werden gevormd, die de provincie doortrokken , om de stadhoudersgezinden in bedwang te houden.

Sluiten