Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geven. Den 30 November 1813 landde hij te Scheveningen. Geweldig was de ontroering, die zich van de menigte meester maakte. De een juichte, de ander smolt in tranen, weer anderen joeg de vreugde het bloed naar het hart terug. Van Scheveningen begaf de prins zich naar Den Haag, daarna naar Amsterdam, waar hij tot ,,Souvereine Vorst" werd uitgeroepen en hem dus de oppermacht over het land aangeboden werd. Willem aanvaardde de opdracht, onder voorwaarde, dat eene grondwet opgesteld zou worden, waarin de rechten en plichten van vorst en volk nauwkeurig omschreven waren.

In Maart 1814 was de grondwet, aan wier samenstelling Van Hogendorp een groot deel had, gereed. Zij hield in, dat er vrijheid van godsdienst zou zijn, dat ieder gelijk was voor de wet, dat de rechterlijke macht onafhankelijk zou zijn. De vorst zou de wetgevende macht met ééne Kamer van volksvertegenwoordigers deelen. De leden dezer kamer werden gekozen door de Provinciale Staten.

Er werden thans 600 notabelen , dat is aanzienlijke, geëerde en gegoede mannen benoemd, om uitsp'raak te doen over de grondwet. Zij werd goedgekeurd. De Souvereine Vorst bezwoer haar, en toen had de inhuldiging des vorsten in de Nieuwe Kerk te Amsterdam plaats (1814).

Op dat oogenblik was het land nog niet geheel van vijanden gezuiverd. Bergen-op-Zoom, Den Helder, Coevorden, Naar den, Delfzijl waren nog bezet, maar werden in de maand M§i ontruimd, en toen wij nu ook van Engeland bijna al onze koloniën (de Kaap, Essequebo, Demerary en Berbice niet) terugkregen, konden wij de toekomst weder hoopvol te gemoet zien.

Sluiten