Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgende jaren , al de koloniën weer verloren gingen, behalve Java en enkele kleine eilanden. In den tijd van koning Lodewijk was de reeds meer genoemde Daendels gouverneurgeneraal van Indië, waar hij als despoot regeerde en eene geheele omkeering in het bestuur teweeg bracht. Hij liet den grooten postweg van Anjer naar Panaroeka aanleggen, breidde de koffieteelt uit, versterkte Java, maar ontzag bij dit alles recht noch menschelijkheid en offerde bij de volvoering zijner plannen duizenden inboorlingen op. In 1811 benoemde Napoleon Janssens tot goeverneur-generaal, onder wien in hetzelfde jaar ook Java verloren ging. Alleen op het eilandje Desima en in Guinea bleef de Nederlandsche vlag waaien.

Na den val van Napoleon kregen wij onze bezittingen gedeeltelijk (zie blz. 137) terug. De eerste gouverneur-generaal, wien door koning Willem het bestuur van Indië werd opgedragen, was baron van der Capellen. Maar rustig was het bezit niet. De sultan van Palembang stond op, later Diepo Negoro, een der voogden van den sultan van Djokjokai'ta. Na vijfjarigen krijg (1825-1830) werd de laatste door De Koek en Van Geen bedwongen. Voordeel leverde Indië dus niet op, en toch had het moederland groote behoefte aan financiëelen steun. Daarom voerde de gouverneur-generaal Van den Bosch, in 1830 tot dien post benoemd, het bovengenoemde cultuurstelsel in. Volgens dat stelsel werd elke dessa (dorp), die i/g van hare rijstvelden afzonderde voor de teelt van een gewas voor de Europeesche markt, vrijgesteld van het betalen van landrente (eene belasting). Het cultuurstelsel werd eene bron van kwelling voor den inlander. De regeering nam meer dan i/6 der rijstvelden, soms alles, en wees op uren afstands velden voor den rijstbouw aan , beknibbelde het

Sluiten