Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moedigheid, stil, maar rijk aan schoone en ideale gedachten, welke zich in elk oordeel over wereld en menschen even liefdevol en zachtzinnig uitdrukten, evenals haar man ze vol van het zwartste pessimisme veroordeelde. Waar hij haatte, vergaf zij en had zij lief; waar hij aanklaagde, wist zij te verontschuldigen; waar hij verraad en gemeenheid zag, ontdekte zij altijd nog een goede zijde, vond zij steeds gronden, om het werkelijk slechte zelfs toegevend en medelijdend te beoordeelen.

Tegenover haar man was zij ietwat schuchter, bijna angstig. Zij vreesde zijn drift en zocht ze door liefdevolle tegenwerpingen te verzwakken. De vleiende naam „Muis" had vroeger in het garnizoen veel aanleiding tot vroolijkheid gegeven, en de wereld, welke zoo gaarne lastert, had spoedig het komische der tegenstelling gevonden. Als de prikkelbare echtgenoot, woedend als een notenkraker, heftig er op los raasde, alles behalve beminnelijk om te aanschouwen in zulk een oogenblik, was er zeker geen meer uit het veld slaande bejegening van de zijde der gemalin denkbaar, dan haar teeder „Maar Muis, doe toch niet zoo gek!" En diezelfde tegenwerping werkte even koddig, als Koltitz, in goede luim, de bedenkelijkste geschiedenissen opdischte, bij welker kritieke pointe Mevrouw Jetje telkens bevallig blozende lispelde: „Maar Muis, doe toch niet zoo gek!" De kleine vrouw sprak hare woorden uit volle overtuiging, maar de lastertongen der samenleving hadden van de „aardige muis" spoedig een gevleugeld woord gemaakt.

Zooals altijd, kwam de Overste ook' dezen keer spoedig tot bedaren. Hij trok een stoel naast den zetel zijner vrouw en trommelde liefdevol met de vingers op haar rug.

„Maak geen spektakel, oudje! 't Is toch mijn schuld niet, dat die dondersche koekoekskast achterloopt! Lize moet intusschen terstond naar den horlogemaker gaan."

De spreker verstomde bij den eigenaardigen blik zijner gade.

Sluiten