Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Max, schiet niet! Ik ben de witte duif!" had zij lachende geantwoord, maar desniettegenstaande ijverig plannen gemaakt, hoe er van den jachtbuit een smakelijke fricassee zou toebereid worden.

De jongelui gingen uiterst vrij en vroolijk met elkander om, met een vertrouwelijkheid, zooals die tusschen broeder en zuster heerscht. Wigands blik rustte vol warme hartelijkheid op het bevallige nichtje, en Erika's voorkomen drukte de achting voor zijne voortreffelijkheid en de dankbaarheid uit, welke de gansche familie Koltitz den man verschuldigd was, die Ellerndörp op zoo uitstekende wijze beheerde.

De hagelkorrels kletterden tegen het venster en de storm floot om den gevel.

„Onstuimig weer! Gelukkig hij, die achter de warme kachel zit," zeide de Overste glimlachende en zich de handen wrijvende, tegelijkertijd hoorde hij verwonderd op. De schel der voordeur weerklonk, Wodan kondigde met zijn doordringend orgaan het een of ander ongewoons aan; moeder Doortje en een vreemde stem deden zich hooren. De oogen van den ouden Heer begonnen strak te staan, de sombere plooi, welke zich tusschen zijne wenkbrauwen vormde, het zenuwachtig beven der neusvleugels voorspelden die ziekelijke opgewondenheid, waarin hem alles bracht, wat niet op het dagelijksch programma van het huis stond.

„Het zal wel een van de knechts zijn. Hij zal zeker komen om nog een of ander bevel van Wigand te ontvangen, zeide Erika bedaard, maar zij wisselde een snellen blik met den neef, die onmiddellijk de bedoeling er van begreep en haastig opstond.

ie laat evenwel. Reeds stond Lize in de deur en verwittigde, zichtbaar opgewonden door het zeldzame geval, dat de brievenbesteller er was en volstrekt Mijnheer zelve wenschte te spreken.

De hand van den Overste trilde, zoodat het lepeltje, dat hij vasthield, tegen het kopje tikte. De bruingele kleur van zijn gezicht kondigde storm aan. „Bij hoog

Sluiten