Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den laatsten tijd. Neen, zij kan met over hem rechten, niettegenstaande haar hart zooeven nog van plotselinge vrees sidderde, de vrees namelijk, haar ideaal, haar schoon, dierbaar droomgezicht als een akelig spook te zien ontvluchten. Zij was uit den droom geholpen, zij was ontnuchterd ten opzichte van hem dien zij met al de betoovering der volmaaktheid had

^ Wilde zij hem ook soms onrecht aandoen? Ziet zij niet, in welk een beklagenswaardigen gemoedstoestand de ongelukkige man voor haar staat?

Met"5 zijn kunst heeft men hem alles ontnomen, en hij zou niet verbitterd, niet onaangenaam gestemd, niet met haat tegen de menschen vervuld zijn?

Hoe weinig leed heeft men, in vergelijking van zijn lot, haar vader aangedaan, en welk een menschenhater

was er uit hem geworden! .

Neen zij wil hem geen onrecht aandoen, zeker niet, zij het allerminst; bestaat er toch één ziel op de wereld, die kunstenaarsharten begrijpen kan, dan is het ürika

Koltitz. .. - , ,

Als een ziek, eigenzinnig kind wil zij Joel behandelen, met toegevendheid, zachtmoedigheid., lietde en goedheid, tot de hooge golven van verbittering en hartstocht zijn gaan liggen; tot hij weder kalm en helder over zichzelf en zijn toekomst kan nadenken.

Weg met alle gedachten, welke hem ergeren.

Het jonge meisje brengt het gesprek nogmaals op een ander onderwerp, vertelt van haar ,k.ra£

zenuwachtigen vader, die zooveel toegevendheid behoeit, die zulk een vurig bewonderaar van muziek is en zooveel verstand van goede composities heeft.

Joel slaat met een ruwen slag de teêre grasscheutjes aan den kant van den weg af. „Hij is toch zeker wel een van degenen, die met mijn heer vader samenspannen," antwoordt hij met een schier verachtelijken

trek om den mond.

„Integendeel. Indien men ergens uw lot oprecht

Sluiten