Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beklaagt en een wending ten goede innig wenscht, dan is het zeker in Ellerndörp.

Hij kijkt verrast op. „Inderdaad?" vraagt hij. „Men wil me den ijzeren halsband in uwe woning besparen ? Hoe komt het, dat men het waagt, zich aldus tegen Mijnheer den Geheimraad te verzetten?"

„Hebt gij uwen trouwen, wakkeren advocaat vergeten ?"

Thans schiet voor de eerste maal een straal van warm gevoel uit de koude, ontevredene oogen.

„Wigand, die! Hoe kon ik zoo nog vragen!" En zijne schreden plotseling versnellende, hief hij onverwachts het hoofd op. „Ja, indien hij het niet was geweest, tot wien men mij in ballingschap zond, zou deze zandwoestijn me nooit te zien hebben gekregen! Nu verkoos ik een wederzien van den braven jongen vooreerst nog boven een kogel! Staat hij daarginds niet in den tuin? de groote, onbehouwen kerel met de berenpooten en het kinderhart? Laten we eens zien, of hij ons signaal uit de tweede klasse nog kent!"

Een zacht, welluidend gefluit weerklonk van des sprekers lippen, en, volmaakt alsof hij een electrischen schok had gekregen, draaide Wigand zich om en keek naar den door de zon hel verlichten landweg.

Een oogenblik tuurde hij, als in een droom, met groote, verbaasde oogen. En daarop ontsnapte het jonge ooftboomtje, dat hij juist enten wilde, aan zijn hand. Een juichkreet, scherp en gedempt door ontroering, klonk er van zijne lippen.

„Joel!"

Een tegemoetsnellen, een sprong over de lage berberissenhaag en Landen sloot den pleegbroeder in de armen.

Het was stil. Sprakeloos hielden zij elkander omklemd. En daarop boog Wigand het hoofd van den vriend achterover en keek hem angstig, onderzoekend in het gelaat. Een diepe zucht. Daarop richtte hij zich vastberaden in zijne volle lengte op en zeide: „Laat het

Sluiten