Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eertijds den Franschen vóór Murten, vóór zich den vijand, achter zich het meer.

En Erika kwam. „Goeden dag, Juffrouw.

Als uit een droom ontwakende, schrikte zij op, staarde in Fritsje's gezicht, bleef staan, drukte plotseling de handen tegen de borst en keek hem aan met een paar oogen, alsof — ja, alsof haar eensklaps een groot raadsel werd opgehelderd.

„Karla, Karla!" klonk het van hare lippen. Hn daarop snelde zij luide juichende den knaap te gemoet.

Op hetzelfde oogenblik deinsde zij met een zachten kreet van ontzetting achteruit, draaide zich snel om en ontvlood als de ree voor de jachthonden.

Fritsje stond als door den donder getroffen. Waardoor was zij zoo geschrikt?

Hij wendde zich tot zijne kleine medegauwdieven. Daar hadt gij nu de grap!

Domkoppen waren zij, schandelijke domkoppen. Hem zoo verkeerd te verstaan, toen hij commandeerde: „Trekt de broeken neer!" Zij moesten de broekspijpen naar beneden strijken, opdat juffrouw Erika niets merkte, en in plaats daarvan, in plaats van behoorlijk, als brave jongens, die volstrekt met aan kreeften dachten, vóór haar te staan.... o, het was niet te gelooven, wat zulk een Ellerndörpsch boerenhersenkastje teweeg brengt!

Daar stonden zij, roerloos, met van angst verwrongen gezichtjes, m fladderende hemdjes, zichtbaar in de hoogste mate verschrikt door het hen verbazende bevel, ter eere van de Juffrouw de broekjes uit te trekken

„Stommelingen!" schreeuwde F ritsje met een leeuwenstem, gelukkig, dat hij een reden vond om hen krachtdadig op te voeden, stormde op den naastbij hem staande los en begon den overbluften knaap duchtig

af te ranselen.

Tegelijkertijd een donderslag, een weerlicht, en als een hoopje kaf, dat door den storm is opgezweept,

Sluiten