Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zijne omstandigheden wijzen hem er op, iets te verdienen en zich zelfstandig te maken.

Het toppunt zijner plannen voor de toekomst was de pacht van een schoon domeingoed, dat zijn vlijt en zijn kennis ook met gouden vruchten beloont.

Ellerndörp te pachten zou voor hem zeer weinig uitlokkend zijn, want het landgoed is niet best en draagt tot de kosten van de bearbeiding, welke het eischt, zoo goed als niets bij. Ja, mocht hij het als bezitter met eenig kapitaal kunnen beheeren, dan zouden er ook op Èllerndörps zandgrond maatregelen te nemen zijn, welke zeer zeker zouden rendeeren.

Het beste zou wezen, het goed te verkoopen. Doch waar vindt men een dwaas als Koltitz, die zich in deze wanhopende eenzaamheid vestigt?

Nu ja, dikwijls doet er zich toevallig een op.

In elk geval, hoe het ook loopen moge, Wigand blijft hier. Hij kan niet weg, al wilde hij ook.

Wat is er ook aan hem en zijn toekomst gelegen? Wat baat hem alle verwerven en verdienen ? Hij zal toch altijd zijn dagelijksch brood wel verdienen, en eischen heeft hij nooit aan het leven gesteld.

Maar Erika! Zij mag geen armoede en ellende leeren kennen, haar vermogen zal en moet behouden blijven, en dat is zijn plicht en zijn taak.

Hij schrikt uit zijne overpeinzingen op.

Koltitz heeft zich eensklaps opgericht en zijn gloeiende, vermagerde hand op den arm van den jongen man gelegd.

„Wigand, ben jij bij me?"

„Ja, Oomlief! Verlangt gij iets? Mag ik u een verfrissching geven?"

„Water!"

Landen ondersteunt den kranke en helpt hem met de zorgvuldigheid en behoedzaamheid, waarmede een verpleegster een kind verpleegt.

De Overste buigt zich voorover en staart Landen met groote, wijdgeopende oogen aan.

Sluiten