Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij vertelden hem, dat zij uit hun geboorteplaats Cerigo kwamen. Zij wilden die voor eeuwig verlaten. De plaats was voor de velen te klein geworden, daardoor was er twist ontstaan. Vóór de Protodikion had men hen in het ongelijk gesteld, have en goed was hun ■ontnomen. Toen konden zij het op dezelfde plek niet meer uithouden. De wakkere grijsaard met het witte haar had zijne kinderen en kleinkinderen te zamen geroepen, om met hen een nieuwe woonplaats te zoeken. Wanneer het te bereiken is, willen zij naar Montenegro. Het land moet goed en schoon, daarbij woest, eenzaam •en met weinig menschen bezet zijn. Daar zullen zij zich in de bergen kunnen vestigen, zonder dat een menschenmond hen ondervraagt, zonder dat een hand hen wegjaagt.

„Heb jelui geld?"

„Neen, Kirie! Een handvol pendares, dat is alles, "wat men ons gelaten heeft."

„Zou je voor teerkost op reis niet een paar drachmen willen verdienen?"

Diepe, besluitelooze stilte. — „Hoe dat, Kirie?" vraagt de oude en leunt met fonkelende oogen op .zijn staf.

„In den wijnberg arbeiden, aanpakken, om den oogst te redden!"

Zonderling. De bruine kameraden staren zwijgend vóór zich, zij overleggen lang.

Daarop vangt de oude aan naaf nadere bijzonderheden te vragen, en de onderhandeling komt langzamerhand op gang. Een beursje met drachmen mede te voeren, — dat verlokt den grijsaard, — wijn drinken, zooveel wijn drinken als men kan! — dat doet de jongeren besluiten. Zij blijven en arbeiden op Goedland.

Het vlijtigst is Spiro Malia, de jongste, die noch vrouw noch kind met zich naar het vreemde land voert en die het meeste drinken kan.

Eduard Neuert, de goedgeluimde keldermeester, heeft zijn collega een paar woordjes toegefluisterd. Beiden mees-

Sluiten