Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

elkander. Men raakt aan deze heerlijke avonduren gewoon en begint dagelijks meer van Spiro Malia te houden.

Overdag is hij een stille, droomerige kameraad, die rusteloos arbeidt en niemand hindert. Maar 's avonds wordt hij een dronkaard en in zijn dagelijkschen roes ■een genie.

Twee weken zijn verloopen, dan spant vader Alexandros den knol weder vóór de kar. Zij moeten verder. De dringendste arbeid is verricht, de drachmen klinken in de beurs en het Thessalische leger zendt zijne soldaten, na een armzalig comediespel, weder naar huis. Nu zal het in Goedland niet meer aan arbeiders haperen.

Spiro Malia zit ter zijde op den grenssteen en staart somber voor zich heen. Hij verroert geen vinger om te helpen en plotseling rukt hij de roode fez van het kroeshaar, staat op en stapt regelrecht naar de villa van zijn patroon.

Zijn blik zweeft als in dweepzieke verrukking over het zonnige Griekenland, dat zijn panorama breed, breed voor het gezicht ontrolt.

Als een prachtig rotsnest ligt Goedland hoog daar boven op zijn berg. — De gebouwen en de aan vals- en verdedigingstorens steken glinsterend uit het kleurrijke groen van het park, een kroon gelijk, welke boven ■de stad Patras zweeft.

Daar beneden schittert haar huizenkrans in het schelle licht der gloeiende middagzon, de zee golft in hoogdonker blauw onmetelijk in de richting van den horizon, begrensd door majestueuze bergketenen. In het westen Zante, in het noord-Oosten Cephalonia en Ithaka, en ginds, ver — ver in het Zuiden moet Cerigo, het lieve, en onvergetelijke vaderland liggen, waarvan Spiro Malia met een bloedend hart afscheid heeft genomen. Hier waait nog dezelfde lucht, welke ook ginds om het voorhoofd der rotsen waait, Montenegro evenwel is ver, ver weg en vreemd en Spiro verstaat de taal zijner meisjes niet en weet niet, of de wijn in de woeste bergkloven kan rijpen.

Sluiten