Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

muziek, welke de zinnen der menschen bedwelmt — en wanneer de bruine knaap haar geest in den roodachtig fonkelende droppels heeft opgeslurpt, komt die ook over hem. Is het te verwonderen? En is het te begrijpen dat hij desniettegenstaande scheiden en reizen wil, ver weg, naar een onbekend land?

Wil ?! Neen; hij wil het niet, hij kan het ook niet. De toovergodin lacht hem met gouden oogen toe en houdt hem vast.

Laat Alexandros hem schelden, laat hij hem dooden, hij wil het liever .lijden, dan met hem trekken.

Hij werpt het hoofd met drieste beslistheid in den nek en snelt voort, hij klopt aan de deur van zijn patroon aan en treedt onbeschroomd binnen.

De fez houdt hij bescheiden in de hand, maar zijn blik ontmoet vrij en schitterend het oog van den Duitschen man.

„Broeder, wilt gij mij aanhooren?" vraagt hij.

„Zeker, Spiro Malia, spreek zonder schroom."

„Zie, broeder, de mijnen tuigen paard en muildier op en willen verder. Ik zou evenwel gaarne bii u blijven!"

„Dat zal me genoegen doen, brave jongen. Wil je voor loon in den wijnberg arbeiden?"

De bruine knaap staart secondenlang vóór zich uit in de ledige ruimte. Daarop knikt hij een paar keer bedachtzaam met het hoofd. „Ik wil arbeiden, trouw en vlijtig, als voor twee, maar niet voor drachmen, Kirie Clausz!"

„Niet voor geld?"

Spiro Malia glimlacht eigenaardig, zijne oogen krijgen weder den benevelden glans van hooge verrukking welke hem onder zijn spel meestal eigen is — „Geen geld!" Ik zal voor u arbeiden en u dienen zonder maat, — geef me daarvoor slechts één ding: laat me Mavrodaphnewijn drinken — — ook zonder maat!"

„Zonderlinge man, hoe kun je tijd en kracht alleen

Sluiten