Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dronken publiek voor den schepper dezer opera met dollen jubel zijne lauweren strooit!

De beminnelijke eigenaars van Goedland, die den jongen, amusanten gast, die zoo goed de kunst verstond, de harten te winnen, met oprecht leedwezen zagen vertrekken, stonden in Patras op de landingbrug en wenkten den reiziger hun laatsten groet na. — De rook der stoomboot verdween als laatste wolkje aan den horizon.

„Ik zou wel eens willen weten," zeide de heer Clausz, terwijl hij nadenkend het blauwe, lichtende verschiet met den blik omvatte, „of de jonge, eigenaardige man het volgende jaar weder zijn intrek bij ons zal nemen, zooals hij beloofd heeft."

„Mij interesseert het veel meer, te weten, of die geheimzinnige Mevrouw Daphne ooit weer den weg naar ons vinden zal!" —zeide de Consul gekscherende.

Mevrouw Riedel klemde zich vaster aan den arm van haar echtgenoot en keek plagend naar den spreker op.

„ Arme George Brown, die tevergeefs de witte dame roept!! — Joël Eikhoff en de goddelijke Daphne! Als beiden nog eens tot ons komen, — dan komen zij — te zamen / /"

„Mocht gij juist profeteeren, mijn engel, die met een voorgevoel van de toekomst vervuld zijt!!"

HOOFDSTUK XII.

De winterstormen waren voor de Meimaand geweken, liefde en lente zweefden vereenigd over de geurende wereld, en Erika, die heden wederom, als vroeger gedurende den verloopen zomer, zonder plan en zonder doel over de heide snelde, breidde de armen in overweldigend gevoel uit en wist hieraan geen andere

Sluiten