Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ben zoo vreemd in de wereld geworden, en zal schuw en verlegen als een kind zijn! — Wie weet, hoe men mij in het gezellig verkeer opneemt, wie weet, of ik wel een vroolijk uur in een balzaal zal slijten!"

Wigands voorhoofd betrok. „Je in het gezelschap een passende en genoegelijke plaats te bezorgen, zal toch zeker wel de eerste zorg van Mevrouw de Geheimraad en de aangenaamste ridderplicht van Joël zijn!"

Erika's blik was op het tapijt gevestigd en scheen het verwarde Turksche patroon na te gaan. Een heete gloed steeg naar hare wangen. „Dat hoop ik ook van harte en vertrouw in dit opzicht op de beminnelijkheid van mijn gastvrouw, doch reeds menige hoop heeft bedrogen."

„Waarom eensklaps zulke sombere gedachten, nichtje! Bederf je toch de voorpret niet door die pessimistische bekommeringen! Als de residentie met al hare bonte tooneelen en schoone indrukken eerst maar eens acht dagen de bekoring der nieuwheid op je heeft uitgeoefend, dan is het stille Ellerndörp met zijne in sneeuw begravene inwoners vergeten !"

Zijn stem beefde, ofschoon hij lachte en gekscherend sprak.

Nu keek Erika eensklaps tot hem op en Landen staarde ontsteld in haar lieflijk gelaat. Het kwam hem voor, dat hare oogen nooit zoo vol warme innigheid op hem hadden gerust, als in dit oogenblik. Zij schudde schier driftig het kopje. „Geloof het niet, Wigand! Al bood de residentie me het schoonste en heerlijkste, Ellerndörp en zijne lieve, trouwe harten zal ik onder al'die pracht missen, evenals een dorstende het bronwater !"

Mevrouw Koltitz trad binnen, zij had de laatste woorden gehoord. „Maakt jelui reisplannen, lieve kinderen, helpt me daarbij dan ook een handje! Thans, nu de brief, waarin ik bericht, dat de uitnoodiging wordt aangenomen, is verzonden, overvalt me de angst,

Sluiten