Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als een kostelijke grap met luid gegrinnik uitriep.

Moeder Hagen was evenwel volstrekt niet zoo uitgelaten, als het bij den eersten aanblik scheen. Onder hare vroolijkheid rolden er aanhoudend groote, dikke tranen over hare wangen, welke zij eiken keer afwischte, eer zij „piek, piek" deed.

Een oogenblik stond Erika in stomme verbazing en zocht tevergeefs naar een diepen zin in dit kinderlijk spel te vinden.

Eindelijk trad zij vooruit, sloeg de handen in elkander en riep: „Mijn hemel, moedertje, wat moet dat nu beduiden?"

De oude vrouw wendde het betraande gelaat naar haar toe en wreef met den rug van haar hand onder den neus. — „Och, mijn lieve God!" zeide zij, op hartverscheurende wijze zuchtende, „als het vee eerst zoo mooi is, en men heeft het zoo ver, en als het dan

tot slachten komt och, mijn lieve God!" — Zij

wreef onder vernieuwd gejammer met de punt van haar schort over de oogen.

„Moet het nu reeds geslacht worden?"

„Neen, vooreerst nog niet — maar — gauw na het feest — en de arme zeug vermoedt volstrekt niets van hetgeen er - gebeuren moet, en daarom wil ik haar langzamerhand aan het slachten gewennen!"

Erika beet zich op de lippen, om haar lachlust te bedwingen. „Je wilt het zwijn aan het slachten gewennen?! Ah, nu begrijp ik het! „En dan doet hij piek—" dat wil zeggen de slachter!"

„Ja, ja, zóó is het!" hernam de vrouw droefgeestig knikkende. „Als de slachter dan begint en ze steekt, denkt het arme dier, dat het ook maar een aardigheid is! Ze merkt het niet zoo!"

„Ja, dat is heel goed, dat zal het volkomen misleiden, als het zich verbeeldt, dat het alles maar een grap is! Maar hoor eens, moeder Doortje, ik kom met een nieuwtje!"

„Wel drommels!"

Sluiten