Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Neef Wigand en ik gaan voor een paar weken naar de residentie!"

De oude vloog overeind en sloeg de handen boven het hoofd in elkander. „Als verloofden??"

Erika ontstelde eensklaps. Wigand was ongemerkt uit het huis gekomen en stond achter haar.

Beiden staarden elkander een oogenblik aan en werden vuurrood.

Landen herstelde zich het eerst en trad kalm nader. „Ik vergezel de juffrouw, opdat haar onderweg niets overkome. Maar in de residentie moet ze dansen en lachen en schertsen, vergenoegd en vroolijk zich amuseeren, zooals dat voor hare jaren past. Als juffrouw Erika dan den uitstekendste van alle heeren der residentie voor zich heeft uitgezocht, brengt zij hem herwaarts en we vieren bruiloft in Ellerndörp!" — Hij sprak de laatste woorden kalm, zelfs gekscherend, en toch klonk zijn stem anders dan gewoonlijk.

Moeder Doortje evenwel trok innig gebeten de wenkbrauwen samen. „Zóó moet het komen! — Zet gij onze juffrouw den gemeenen deugnieten maar zoo vlak vóór den neus — dat zich zoo'n windhond, als een zeker iemand uit de residentie, zich zoo maar heelemaal hier indringt! Al te goed is buurmans gek, Heer Baron anders —ik wil niets gezegd hebben !"

En daarop trok de oude de nog altijd in uitgelaten vroolijkheid spelende zeug onzacht bij den staart, om aan haar vrijheid krachtig een einde te maken, drukte verstoord de lippen op elkander en trok de viervoetige lieveling zoo snel met geweld naar den stal, alsof zij vreesde, dat een gehate stadsheer zijne begeerige handen naar het zwijn zou uitstrekken.

„Maar Doortje, wees toch niet zoo raar!" Vrouw Hagen schudde het hoofd, dat de witte floddermuts trilde. „Neen, — dat ben ik niet, maar gij, kindertjes, gij...." zij drukte andermaal trotsch den mond samen en leunde tegen de weerbarstige zeug, dat zij zoo rood als een kers werd, „jou leelijk, oud zwijn, je

/

Sluiten