Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hart te dringen, doch hij wijkt ook niet voor hem; hij stelt zich met vertrouwen naast hem. — Is het verkeerd, dat hij zich nu ook eens moeite zal geven, om zich vóór de geliefde in een gunstig licht te plaatsen, hij, die tot hiertoe bescheiden in de schaduw stond? Neen!

Hij had toch lang genoeg in de wereld, in het elegante huis en den gezelschapskring van Mevrouw de Geheimraad verkeerd, het zal hem niet moeielijk vallen, den onhandigen, vervelenden landman af te leggen, om in het salon naast Joel te staan. Kleêren maken den man, en zijne geringe spaarpenningen stellen hem in staat, zich voor den korten tijd van zijn verblijf in de stad behoorlijk uit te rusten.

Wigand bloost bijna bij deze gedachte. Het komt hem zoo onwaardig voor, aan het uitwendige eenig succes te danken te hebben, en toch, de wereld verlangt het, en tegenover anderen ongunstig af te steken, kan ook tot een onwaardige positie aanleiding geven.

Landen heeft zich toch vroeger ook goed gekleed, zonder zich aan eenige de minste weelde schuldig te maken, en wanneer hij in de eenzaamheid van het landleven, in veld en weide, bij storm en regen den eleganten snit van een steedsch kunstenaar op kleermakersgebied vermeed, dan was dat niet meer dan natuurlijk en verstandig.

Hij zou zich thans in het huis van Mevrouw de Geheimraad ook dan beter gekleed hebben, als Erika niet tegenwoordig was, alleen, omdat de takt het eischt, niet om door zulke nietige middelen op het jonge meisje invloed uit te oefenen.

Zal Erika het over het geheel opmerken ?

Ja, hij houdt het er voor, want hij kent haar uitgedrukten schoonheidszin en weet, hoe juist het schoone uiterlijk van Joel haar naïef hartje in verrukking heeft gebracht!

Al te goed is buurmansgek!

Moeder Hagen heeft gelijk. Hij zal ook in het vervolg goed zijn, doch niet meer al te goed.

16

Sluiten