Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nabijheid, waar een hooge vleugeldeur in de eetzaal schijnt te voeren.

Hij zet het glas diep ademhalend neder en vestigt den vurigen blik op de portière, welke ter zijde geschoven zal worden om Baronesse Galavera binnen te laten treden.

En zij beweegt zich. Blanke, van edelgesteenten fonkelende handjes vatten ze onstuimig samen, haastig, niet vermoedende dat de „eerste gast" reeds tot hier is doorgedrongen, zweeft Daphne het Turksche boudoir binnen.

Zij wil doorloopen en zich naar de rij der andere salons begeven, — daar wordt zij plotseling van schrik aangegrepen. Een zachte, sidderende kreet. Zij drukt de handen tegen de borst, hare groote, donker omlijste oogen fonkelen hem tegen, — een vermenging van schrik, van verrukking, van twijfel en van hooge aandoening spiegelt zich daarin af.

„Joël Eikhoff" — klinkt het van hare lippen — en glimlachend, kalmer en bedaarder herhaalt zij op zacht vragenden toon: „Joël Eikhoff?" - — Hij treedt nader, hij geeft, origineel als altijd, haar de roode rozen niet in de hand, maar legt ze aan hare voeten op het tapijt neder. „Joël Eikhoff?" hij schudt glimlachend het schoone hoofd: „Niet in dit uur, dat Apollo, de gelukkigste der goden, de vluchtende Daphne heeft gevonden, eer de afgunstige laurier haar opnieuw verbergt!"

Zij heeft zijne rozen opgenomen en drukt ze in de handen, welke zij, als in hulpelooze overgave, langs het lichaam laat nederzinken. „Waar groeit de laurier nog, welke mij zou kunnen omhullen, sinds een in verrukking gebrachte wereld hem voor den onsterflijkste tot kransen gevlochten heeft. Thans kan de bovenaardsche betoovering eener Dorpslurley mij niet meer verbazen, nu ik weet, welk een Olympusbewoner zich achter den verdichten naam Joël Eikhoff verschuilt!"

Een weeke, klankvolle, verbazend melodieuze stem

20

Sluiten