Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar het was volmaakte kunst, welke haar indruk niet miste.

„De zuilen in den tempel van Dionysus!" klonk het op sidderenden jubeltoon van hare lippen. „En gij, juist gij hebt in de klassieke wildernis van marmer, zonnegloed en purpere rozen dien groet aan den „onbekenden god" gelezen?"

„Zijt gij toornig op het toeval, of, beter gezegd, op den wil der onsterfelijke goden, dat zij zich eindelijk over het smachten van Apollo erbarmden en hem het spoor eener Daphne wezen, die alleen bij machte is de vurige ziel van een liederen bedenkenden bewoner van den Olympus in verrukking te brengen?

Zij wrong de handen als in stomme smart. Haar sierlijk kopje met het profiel en het kapsel der antieke beelden zonk als gebroken op de borst.

„Ja, daarom ben ik vertoornd op de goden!" zeide zij zuchtende, „want zij moesten weten, dat zij Daphne opofferden, als zij Apollo zegepraal beloofden.

Hij trad, met betooverenden blik, nader bij haar.

„Welk grooter geluk, welke hoogere zaligheid bestaat er voor een vrouw, dan haar hart op het altaar der liefde neder te kunnen leggen!"

Het was, alsof zij zich met geweld inspande een opgewekten toon aan te slaan. „Welk een kinderlijk geloof behoort daartoe, van het hart van een Daphne te spreken ! Overigens .... als gij het waart, die op den Akropolis de marmeren invitatiekaart van de dochter van Gaea hebt uitgegraven, dan zijt gij ook de moedige man, die zelfs „Berlijns politie" niet vreest. Krachtig en moedig hebt gij uw woord gestand gedaan, en daar ik op dit oogenblik meer dan ooit inzie, dat het in de negentiende eeuw vrij wat moeielijker is, dan in de klassieke oudheid, een Apollo te ontvluchten, schik ik mij in het lot, ontdekt te zijn, en heet ik u nogmaals welkom bij mij!"

„Alleen voor heden avond?"

„Ik neem aan, dat die voldoende is, om aan den

Sluiten