Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welke hij hier en daar in het midden bracht, waren meestal zoo ter snede en geestig, dat zij met algemeen bijvalsgegichel ontvangen werden.

Hij scheen reeds als onbarmhartig, doch niet boosaardig spotter bekend te zijn, wat uit het gedrag der omstanders bleek, die hem als menschenhater plaagden en als ijverzuchtige voor den gek hielden.

Eikhoff wendde zich tot hem. „Daar gij van alle dingen uitstekend op de hoogte schijnt, Mijnheer de Doctor — —"

„ Zeer uitstekend op de hoogte !" — viel hem lachende de corpulente echtgenoote van een beroemd zijdefabrikant in de rede, „dikwijls zoo goed, dat hij nog meer weet, dan waar is!"

Rondom bijval, welke zich verheugt in het leed van anderen, de Doctor evenwel haalde gelaten de schouders op: „Heb ik ooit te veel goeds over u gezegd, mijn waarde ?"

„Goeds! — neen! Goeds hebt gij over 't geheel nog niet tot eer van me gezegd."

„Nu dan! En kwaad kan men toch nimmer te veel en nimmer genoeg van u colporteeren!!" — De spreker kneep met een vriendelijke gezichtsvertrekking de oogen toe, terwijl zich rondom een — met de stoffage overeenstemmend, homerisch gelach verhief, zoodat zelfs de beide declameerende Muzen voor een oogenblik den draad verloren en Barones Daphne min of meer verwijtend naar den onoplettenden hoek keek.

„Indien gij mij iets vragen wilt, waarde Eikhoff, ga dan met me hiernaast! Hier mag geen appel van den boom der kennis vallen, anders wordt de Pegasus vóór Mevrouw Daphne's troonzetel schuw! Ga maar meê. Veel verliezen doen wij niet, of zijt gij gezondheidsgymnastikus en geeuwt gij gaarne eens in het belang van uw gezondheid?"

„Ja, ja! Geeuwen is gezond, veel gezonder, dan in de nabijheid van den Doctor Cayennepeper en galnoten te slikken!"

Sluiten