Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verwantschap met de schoone Circe, welke ook van u reeds een béte noire schijnt gemaakt te hebben, dat ieder grimmig' aanvalt, die de onfeilbaarheid der bevallige dame in twijfel trekt!"

„Grieksche naam verwantschap?" — Joël plooide ietwat ironisch de lippen — „pardon, mijn waardste, ik heb in de algemeene opschudding der voorstelling, helaas! het ongeluk gehad, uw naam niet goed te hooren, doch hoe die ook luiden mag —- ik hoop u toch in elk geval een vriend van dit huis te kunnen noemen!"

Bedaard rekte de philosoof de armen uit; — hij nam den opgewonden jongen man van het hoofd tot de voeten op, met zichtbaar vermaak en het onbarmhartig welbehagen van een knaap, die een kever aan een draad her- en derwaarts sleurt.

„Vriend? — ja nu, als Daphne en ik bij uitzondering niet met elkander kibbelen, dan leven wij eensgezind als vrienden."

Eikhoff hief met gefronst voorhoofd het hoofd op: Barones Daphne wilt gij zeggen?"

„Om het even, — waarom zou ik die complimenten maken?"

Hij stond kalm op, dronk zijn glaasje voor de laatste maal uit en stak ietwat nonchalant de beide duimen in de zakken van de broek.

Ook Joël stond op, hij zag Mevrouw von Galavera zooeven met onrustig zoekenden blik in de deur verschijnen. Zij trad glimlachende beide heeren tegemoet.

„Nu, mijn waarde Eikhoff, hebt gij u als offerlam laten ergeren?" vroeg zij schertsend.

Hij bood haar met veel vertoon den arm. „Sta mij toe, Barones, dat ik u voor een gelijk lot bewaar!"

De Doctor knorde van vergenoegen. „Ondank is 's werelds loon! Daar hoort me de kerel een half uur lang over de goddelijke Daphne, alias Carolientje Vahlbrecht uit, "en dan maakt hij rechtsomkeert en behandelt me ter vergelding als lucht!"

Sluiten