Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zou „zoo'n enkel slagje" — als vleugelslag niet zeer op zijn plaats zijn in Engelensferen?"

Joel lachte. „Onzin, Doctortje — ik ben inderdaad niet in de stemming er voor! Gij weet, het eeuwig vrouwelijke trekt me aan in het duivensalon!"

„Nu, kout dan met het duifje zonder gal!" gichelde een zachte stem naast hem, Daphne schreed aan den arm van een erfgenaam van millioenen naar de speeltafel. „Ik moet heden het orakel eens raadplegen, of ik namelijk in het nieuwe levensjaar geluk in de liefde of in het spel zal hebben! Houd mij de hand boven het hoofd, Apollo, opdat ik vreeselijk verlieze!" Werktuigelijk, als betooverd, volgde Eikhoff. „Houdt u bij Hartenheer, — het hart als inzet! — gij wint hem, op mijn woord!"

„Doet gij het mij met de Koningin voor?"

„Hoe kunt gij dat nog vragen! — va banque /" — Joëls voorhoofd gloeide. — Dienstvaardig schoof hem de Doctor een stoel toe.

HOOFDSTUK XIX.

Men had het gemeenschappelijk ontbijt in de eetkamer van Mevrouw de Geheimraad gebruikt.

Het was in de elegantste, bijna verkwistende weelderigheid opgedischt geworden, en Wigand, die de huishouding bij het leven van den Geheimraad had gekend, had met klimmende verbazing de buitengewone veranderingen er in opgemerkt.

Hij wist, hoeveel vermogen de overledene had achtergelaten. Het was voor zijn bescheidenheid ontzettend groot, doch volgens zijn berekening veel te klein, om zulk een weelderig leven, als hier tegenwoordig werd geleid, te veroorloven.

Dat Joël op gewetenlooze manier zijn toevlucht tot

Sluiten