Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had men Joël nog nooit gezien. Er kwam gedurende het ontbijt geen ander gesprek aan de orde, dan zijne opgewonden levendige schilderingen van Daphne's tooverrijk.

De schoonheid, genialiteit en bekoorlijkheid der jonge weduwe roemde hij wel is waar ook met welsprekende woorden, doch het hoogste belang scheen hij toch te stellen in de waarnemingen, welke hij betreffende de geldelijke verhoudingen had gedaan.

De inrichting van het salon vertegenwoordigde een vermogen, — de huur van een dergelijke vorstelijke woning vereischte een kapitaal van millioenen. Het souper droeg zijn naam ten onrechte, het was een verlaat diner, een opvolging van de uitgezochtste lekkernijen, zoo fijn en heerlijk, alsof de tijden teruggekomen waren, „dat een Lucullus bij Lucullus at!"

Bovendien had immers de broeder der Barones zelf van het ontzettend vermogen zijner ouders en van dat van den overleden Consul-Generaal gesproken, in de verste verte niet om den toehoorder daardoor te verlokken, — neen, integendeel, hij had op zijn onverschillige, ietwat ijverzuchtige manier al de gebreken en zwakheden der zuster gegeeseld, om haar in de oogen van den vreemdeling een stralenkrans te ontnemen, welke zijn prozaïsche natuur ergerde.

Joël heeft bij andere heeren een onderzoek naar Doctor Vahlbrecht ingesteld.

Men noemt hem een geestigen, kijfzieken, amusanten, satirieken zonderling, van wien men, in weerwil van zijn goddelijke grofheid, houdt. Wat evenwel de hoofdzaak is, hij bewoont insgelijks een prachtig ingerichte verdieping, houdt rijtuig en paarden, dienstpersoneel, maakt indrukwekkende reizen en voldoet aan verscheidene passies, welke kapitaal verslinden.

Daar de Doctor als particulier geen traktement geniet, moeten hem dus uitsluitend zijne revenuen zulk een weelderig leven veroorloven.

Wat evenwel de broeder bezit, moet, zooals van zelf

Sluiten