Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spreekt, ook de zuster als ouderlijk erfdeel ontvangen hebben.

't Is zonderling, waarom hecht Joël, zoowel als Mevrouw de Geheimraad, zulk een groot gewicht aan vreemd geld, daar zij zeiven toch genoeg bezitten en de toekomst hun rijkdom tot in het oneindige zal doen toenemen? —

God in den Hemel! Indien hij slechts bezat, wat hier in huis in één jaar wordt verbruikt, hij zou zeer tevreden en gelukkig zijn. En ook zonder dit vermogen is Wigand duizendmaal gelukkiger, dan de rijke lieden naast hem, die door onverzadelijken gelddorst volstrekt niet tot een rein en vreedzaam levensgenot komen!

Ja, Wigand was heden morgen gelukkig, zeer gelukkig zelfs. Vol angst en zorg had hij aanvankelijk Erika's gelaat gadegeslagen, toen Joël zoo onverschillig dweepte met Daphne en zeer onomwonden te kennen gaf, dat zij eindelijk de langgezochte was, die waardig was de echtgenoote van' een EikhofF te worden. Geen ooghaartje had in Erika's gezicht getrild, zij glimlachte zelfs, een vreemde, maar geen bittere of pijnlijke glimlach. Zij was het ook in dit opzicht met hem eens, dat de Barones al de voortreffelijkheden eener vrouw in zich vereenigde, indien zij inderdaad met de schitterende eigenschappen was toegerust, welke Joël in haar had geroemd.

Slechts eenmaal hief zij als in stomme verbazing het hoofd op, toen hij met de uitbundigste loftuiting verzekerde, dat Daphne en geen andere menschelijke ziel de schrijfster van de „Dorpslurley", zoowel als van de „Spooksels" was.

Ademloos keek hem het jonge meisje aan, een donkere gloed steeg naar hare wangen.

„Heeft Mevrouw von Galavera inderdaad erkend, beide werken geschreven te hebben?"

Joël haalde glimlachend de schouders op. „Erkend? Met duidelijke, bondige woorden nog niet, maar men kan ook tusschen de regels lezen en haar gansche

Sluiten