Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunnen. Residentiearbeid is in elk geval geen landarbeid. Desniettemin verheugt zij zich in het vooruitzicht, Wigand weer in den duffelschen pijjekker en de vetleeren laarzen te zien.

Onbegrijpelijk, dat zij hem vroeger daarin zoo belachelijk vond. Thans komt het haar komisch voor, dat zich een zoo reusachtige, ridderlijke mannengestalte in rok en verlakte schoenen perst, welke geen droppel regen verdragen kunnen.

Hoe angstig roepen de heeren eiken keer om een droschke, als het weder hun toilet, dat moet ontzien worden, bedreigt. Hoe stond Joël toenmaals bij de vreeselijke donderbui benauwd buiten den drup, terwijl Wigand in zijne stevige laarzen haar tegemoet snelde, om ze op zijn arm te nemen. — Het elegante en chique toilet der heeren is zeker niet te verachten, het wordt door de omstandigheden vereischt en behoort tot den goeden toon, in weerwil daarvan was het kinderachtig, met Wigands practische kleeding den gek te steken. Hoe ziet hij er thans zoo knap en elegant uit! — Alle dames zijn verrukt van hem, hij maakt dagelijks nieuwe veroveringen, en desniettegenstaande zal Erika zich verheugen in het uur, als hij in zijn gemakkelijke pijjekker weder met haar door veld en woud omzwerft.

Hebben zij van rollen gewisseld, is Erika jaloersch geworden, omdat rooskleurige meisjeshanden veel te veel cotillonstrikken op zijn borst hechten?

Mister Smith stoort haar in hare overpeinzingen, hij komt naast haar zitten en lacht.

„Denkt gij, Miss Erika, dat ik spoedig zal trouwen ?"

Zij kijkt hem verwonderd aan.

„Zoudt gij die vraag niet juister kunnen beantwoorden, dan door mijn vermoeden?"

„Neen, wij mannen zijn tot groote onwetendheid veroordeeld. Als wij ook zijn smoorlijk verliefd op een Lady, is er toch geen zekerheid voorhanden, of zij zal huwen ons."

Sluiten