Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en fluisterde hem als een Mephisto in het oor: „Zij zal u aan een klein onderzoek onderwerpen, zij zal vragen: „Bemint gij werkelijk mij, of alleen het gouden aureool, dat mij omgeeft, bemint gij Daphne, de arme, of Barones Galavera, de rijke?" Zóó ongeveer zal zij in uw hart een onderzoek willen doen! — Een diplomate is toch mijn schoone zuster niet, en zal zeer plomp met de deur in huis vallen. Gij doorgrondt de kleine manoeuvre van haar sidderend hart en zult het tot bedaren brengen. Ja, zóó hoop ik, dat het gaan zal! Doch wie kan instaan voor vrouwenluimen ? Heden rechts, morgen links. Zij was steeds zeer ingenomen tegen een tweede huwelijk, houdt u dus van den anderen kant ook op een antwoord in dien geest voorbereid. Doch hoe het uit moge vallen, mijn lieve, jonge vriend, ik hoop van harte, dat wij desniettegenstaande goede vrienden blijven, want ik beken u eerlijk, dat ik u zeer oprecht hoogschat! Reken op mijn hulp en rijd nu naar huis, — alles moet zijn tijd hebben."

Wat hielp alle bidden en bezweren? Daphne bleet aan het smachtend verlangen van Apollo ontrukt, en koortsachtig bevende van hoop en bangen twijfel daalde Joel weder de trap af. Zijne polsen klopten, vóór zijne oogen dansten schelle lichtpunten.

Zou hij, zoo na aan zijn doel, toch nog schipbreuk lijden? Zoo neemt men een dorstige den beker uit de hand en zet hem ter zijde: „Wacht nog! En welk een marteling is het wachten voor een man, die het volstrekt niet gewoon is. Joel wierp hooghartig het hoofd in den nek: „W^eer je maar, nuffige godin! Je zult toch de mijne zijn! Je zult!"

Sluiten