Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelijkingen meer vond, om het vurig gevoel hunner harten voldoende te schetsen, wist Barones Galavera ook hier oververzadiging tijdig te voorkomen en maakte haar schoonzuster en Doctor Vahlbrecht tot stormachtig gelukwenschende getuigen van hun jong geluk.

Baronesse Galavera sprak op haar krachtige manier hare buitengewone ingenomenheid met dezen echt uit, omdat zij daardoor hare lang gewenschte vrijheid terugkreeg.

Joël trok, uit hetgeen hij te hooren kreeg, het besluit, dat de oude dame zeker ook over een groot vermogen beschikte en ingevolge Daphne's dringenden wensch, haar bestaan met dat van de jonge weduwe vereenigde. Zij scheen voor het gansche onderhoud der huishouding gezorgd te hebben, dat maakte Eiklioff tenminste uit de plagerijen van Agamemnon op, waarmede hij het jonge paar opwekte, de „erftante om Gods wil niet uit het oog te verliezen of uit de handen te laten glippen !"

Giulia sneed evenwel dergelijke toespeling gedurig af met de korte opmerking, dat de zuster van den overleden echtgenoot in het nieuwe huwelijk zeker niet op haar plaats was.

„Als 't u blieft nog geen plannen maken, lieve Giulia!" zeide Daphne vleiend, terwijl zij teeder haar arm om de spreekster sloeg, maar zij gebruikte het eerste oogenblik, dat zij alleen waren, om Joël met fonkelenden blik toe te fluisteren: „Zij is, zooals men begrijpen kan, er volstrekt niet over gesticht, dat ik weder trouwen wil! — Zij was afgodisch ingenomen met haar broeder en dacht zeker, dat ik mijn leven lang over hem zou treuren. Dwaasheid! Zij behoort, helaas! tot dat soort vrouwen, die meenen, dat haar wil alleen behoort geëerbiedigd te worden! Hoezeer het me ook spijten zou, als zij ons door een scheiding hare groote revenuen onttrok, zoo ben ik toch van den anderen kant blij, van die eeuwige zedepreekster en ingebeelde gekkin verlost te worden. Oude men-

Sluiten