Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drukte, toen de Baron hare handen vasthield en lachend riep: „Doortje, kijk me aan! Zoo'n fiksche kerel moet toch een minnaar zijn?" toen bond zij, nog altijd een weinig twijfelend, het schortje weder om, monsterde de beide ondeugende lievelingen wantrouwend en hield vol: „ik geloof het toch nog niet!"

„Je kunt het wezenlijk en waarlijk gelooven, moedertje!"

„Eerst wat degelijks zien!"

Daarop gaven zij elkander een werkelijken, waarachtigen en degelijken kus!

„Nu is alles goed!" riep de oude met guitige oogjes knikkende. „Wat geschied is, dat is geschied — nu ben jelui verloofd —"

Nu zaten zij reeds in de klem! Nu konden zij hun leven lang niet weder terug, nu handhaafde vrouw Hagen haar goed recht!

En dat was de straf voor de oude grap, welke zich de beide deugnieten in weerwil van hare grijze haren met haar veroorloofd hadden, — — ten slotte moest zij er toch om lachen en Ali heeft zijn mama nog nooit in zijn leven zoo wonderlijk gezien, als na de verloving, welke in kleinen, maar zeer gelukkigen kring op dezen Zondag werd gevierd.

Vrouw Doortje en vader Krischan zaten arm in arm op de bank achter de kachel, zij lachte en hij weende, maar zij liefkoosden en kusten elkander als een bruidspaar. In orde was de zaak niet, zooveel begreep zelfs Ali's hondenverstand, en toen hij naar de provisiekamer waggelde, om zich voor zijn achtelooze behandeling aan de eene of andere vetpot te wreken, bleef hij verbaasd staan voor een paar vreemdsoortige leege flesschen met zilveren hals.

Nu was Ali op de hoogte. De beide oudjes hadden ter eere van de verloofden bepaald een snor aan!

Welk een gelukkige Zondag!

De Predikant had op de allerbeminnelijkste en opge-

Sluiten