Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu heet het, zich verder aan het gekkenkoord te laten leiden, in welks strik hij zelf blind en doof het hoofd stak.

Hij treedt het oostersch salon binnen.

Daphne kijkt hem met knippende oogen slaperig en slecht geluimd aan. Zij krabbelt op losse strookjes papier en rookt sigaretten, zoodat blauwe wolkjes door de gansche kamer kronkelen.

Hoe leelijk ziet zij er uit. Ofschoon het 's middags vier uur is, liet zij zich nog niet friseeren, ook zijn er nog geen schoonheidsmiddelen aangewend, welke het „klassiek gelaat" met behulp van lamplicht zoo jong en betooverend maken.

Een niet al te schoon negligé hangt om haar, de kanten zijn afgerukt en de strikken zijn met spelden vastgestoken.

Ook de sleep schijnt op de allerslordigste manier om hare voeten te slaan, als de goddelijke Daphne in gemakkelijke pantoffeltjes over het tapijt glijdt.

Joël slaat haar met bijna wreveligen blik gade.

„Zooals ik zooeven vernam, is sinds ons huwelijk nog geen enkele huishoudelijke rekening, noch huur, noch loon betaald geworden!"

Zij kijkt vluchtig op. „Zoo? Waarom heb je het dan zoo lang uitgesteld?"

Iedere andere vrouw zou tenminste verlegen zijn geworden; hare souvereine kalmte bewijst hem, dat zij wetens en willens niet betaald heeft. Dus wel een beproeving voor hem, — wie niet zeer secuur op zijne geldzakken toeziet, waagt het toch niet op zulk een manier den man het hoofd te bieden.

Hij beheerscht zich, buigt zich tot haar neder en kust haar. „Ik rijd thans naar mijn bankier, om alles te doen vereffenen, hartje!"

Zij knikt welwillend. „Ja, doe dat. Schulden zijn akelig. — Apropos, als je toch eens aan 't betalen bent, — mijne rekeningen bij Gerson en Friedlander staan er ook nog!"

Sluiten