Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alles, het stof, dat in dikke lagen elk voorwerp bedekt, de meubelen, welke verward door elkander staan, zooals de laatste gasten ze achtergelaten hebben.

De walmende brandstoffen in den reusachtigen schoorsteen liggen doodsch en donker, het klatergoud der kunstmatige steenkolen, de blinde, met asch bemorste roode glasruiten staren als een armzalige prullenboel den beschouwer aan. Joel drukt de lippen op elkander en keert het huichelachtig bedrog den rug toe.

Hij rijdt naar zijn bankier.

Het kapitaal van zijn erfdeel is thans reeds tot een onbeduidend bedrag geslonken; — de huwelijksreis heeft enorme sommen verslonden, het eerste half jaar van zijn eigen huishouden zal het overschot verteeren.

Als de rekeningen bij den juwelier en dameskleermaker belangrijk zijn, zal hij ze niet meer van zijn vermogen kunnen voldoen, hij moet op nieuwe inkomsten van de „Dorpslurley" wachten. Deze afrekeningen van zijn agent zijn de eenige middelen, waarover de eertijds zoo vermogende man nog beschikt.

Met een zekeren triomfeerenden glimlach staart Joël vóór zich uit. Arm, doodarm! „Je hebt me te gronde gericht, mijn hartje, wat wil je nog meer?"

Xu gaf hij alles, wat hij bezat, voor haar weg; thans moeten de rollen verwisseld worden, thans moet ook zij voor haar man de offers brengen, welke hij naar recht en billijkheid kan verlangen.

Als hij een inzage in de sommen krijgt, welke Daphne voor haar toilet uitgaf, dan loopt hem weder een ijskoude rilling over het lijf. Zij moet over millioenen beschikken, als zij zich dergelijke verkwistingen kon aanwennen. Hij is niet in staat, zulk een kapitaal thans af te doen, ja, het komt hem zeer twijfelachtig voor, of zijne eerstvolgende ontvangsten de verschrikkelijke uitgaven van huur, loon, huishouding en al de ontelbare behoeften zijner echtgenoote kunnen dekken. Hij gelooft het niet. Ja, hij hoopt het ook niet. Hij

Sluiten