Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verarmd en uitgezogen, kwam den 17en November de verlossing. Dien dag noemde Dirk Muller Massis, reeds in 1785 lid geworden, die de vergadering met den Prins had bijgewoond en zich dat zoo levendig herinnerde, den heuglijksten dag der dagen voor Nederland, toen hij in een brief op dien datum in 1819 geschreven belangen van M. S. Gr. aan den Gouverneur van Zuid-Holland aanbeval. Toehoorders! wij kunnen ons geene te sterke voorstelling maken van de blijdschap, die alle gemoederen, ouden en jongen, rijken en armen vervulde, toen in 't laatst van 1813 het Fransche juk werd afgeworpen en Nederland van de tirannie van Napoleon bevrijd.

Ik herinner mij hoe een uitstekend man, die deze dagen beleefd had, eens tot mij zeide: Ik ben dankbaar 1813 beleefd te hebben en getuige geweest te zijn van zulk een algemeen gevoeld geluk, van zulk eene uitbarsting van vreugde en dankbaarheid, van zulk eene geestdrift als de geliefde Oranjekleur in allen opwekte.

Donderdag den 23 December van dat jaar kwam Prins Willem, de Souvereine Vorst, in Leiden. Bestuurders haastten zich den geliefden Vorst te naderen, en hem te verzoeken opnieuw het Beschermheerschap te vervullen, de HH. Koppeschaar voorzitter, v. d. Snoek Secretaris en v. d. Broek, werden ter Audientie toegelaten. Op hun verzoek was de oudburgemeester Bisdom (de reeds genoemde beschermheer) medegegaan en hield de aanspraak ; de erfprins was daarbij tegenwoordig.

Niet alleen werd hun verzoek met genoegen aanvaard, maar de Prins gaf dadelijk bewijs van zijne onverminderde belangstelling door den Bestuurders te vergunnen hem een kort verslag te zenden van hetgeen er in die achttien jaren „gedurende zijne absentie" in het Genootschap was voorgevallen.

Om de beteekenis van die vraag te waardeeren, mag ik u wel in herinnering brengen welk een Koning Willem I in de eerste twintig jaren zijner regeering geweest is. Zijn streven was het niet alleen om zich persoonlijk bij zijne onderdanen bemind te maken, maar ook om zijn land weder tot bloei en welvaart te verheffen, overal den ondernemingsgeest in de nijverheid en den handel uit te lokken en te schragen,

■G

Sluiten