Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

min of meer autodidakten, die door eigen studie en door gaven van geest eene hoogere mate van kennis en bekwaamheid hadden verworven.

Met Is. Montagne waren Joh. de Pecker, Opziener der Stadsbegraafplaatsen en gaarder der Begrafenisrechten, tevens Commies en Kamerbewaarder van den Kerkeraad (die op Vrijdagavond den wijn voor den Kerkeraad moest gereed zetten), en C. Struyk Bevel, Stadsijker en brander van het Botervaatwerk, de hoofden van het onderwijs in het Rekenen; zij hadden vier helpers.

Aan het hoofd der Teekenschool stond nog altijd B. van den Broeck, beeldhouwer, ') toen ruim 80 jaren oud; hij werd door vijf hulponderwijzers bijgestaan, waaronder J. L. Cornet boven allen uitmuntte, die zich tot een kunstschilder van naam had ontwikkeld 2), en H. Ringeling 3). Het teekenen droeg nog geheel het karakter van eene aanvankelijke opleiding voor de kunst. Er werd naar voorbeelden geteekend (neuzen, ooren, handen, koppen) en in de hoogste klassen naar gipskoppen. Fraaie platen werden nog nageteekend. Een ,,Henri quatre te paard" van Julien verdienstelijk na te teekenen gold nog voor eene soort meesterstuk. Dus geen natuur- of ornament teekenen, geen schetsen noch teekenen van voorwerpen, maar eene opleiding alsof de leerling teekenaar of schilder moest worden. Aan het hoofd der Bouwkundige School stond de timmermansbaas en bouwmeester J. AV.

') Zie over dezen mijne Rede in 1891 gehouden bladz. 28 en 39.

2) De schilderijen van Cornet zijn genoeg bekend. Op het Baadhuis te Leiden hing toen reeds het portret van Z. M. Koning Willem 1 door Cornkt naar liet leven geschilderd. Op de Haagsche tentoonstelling van 1840 verkreeg hij de koninglijke gratifikatie.

<■) H Ringeling (een Leidsche wees) behaalde eene medaille voor zijne schilderij, o"p de tentoonstelling te Groningen ingezonden, omstreeks 1840.

Sluiten