Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wil, U ter eer,

Steeds meer en meer 't Geloof in ons versterken!

Dan zullen wij,

Gereed en blij, Uit liefde 't goede werken.

No. 27. (L. B. i) 39.)

Ik heb den vasten grond gevonden, Waarin mijn anker eeuwig hecht,

Den grond in Jezus' bloed en wonden, Vóór 's werelds aanvang reeds gelegd. Die grond zal onverwrikt bestaan, Schoon aard' en hemel ondergaan.

Het is Gods eindelooze liefde,

Nooit door 't verstand genoeg geschat,

Die, hoe de zonde haar ook griefde, Den zondaar altoos houdt omvat; Die liefde wil ons gadeslaan, Hetzij wij volgen of weêrstaan.

God wil niet dat wij gaan verloren, En schonk tot redding ons Zijn Zoon.

Hij werd een mensch, Gods Eengeboren, En nam bezit van 's Vaders troon; Ja, daarom, met ons leed begaan, Klopt Hij gedurig bij ons aan.

*) L. B. = Luthersche Bundel.

Sluiten