Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

No. 39. (Lied 1.)

Den Heiland der zielen is niemand te slecht, Dien allen ontwijken, dien wijst Hij terecht; Die nergens kan komen, tot Hem kan hij gaan, Dien allen verachten, trekt Jezus zich aan.

Koor.

Jezus, Jezus! U looft ons lied!

Het zingen van zondaars verwerpt Gij toch niet!

Wie blijft ons nabij, als ons alles verlaat? Wie gaat met ons rneê, waar geen vriend met ons gaat? Wie leidt aan Zijn hand, ons door 't leven op reis? Wie geeft ons een plaats in Zijn hemelsch paleis?

Wien zullen wij zingen, wien wijden ons lied? Maar kent gij den eenigen Heiland dan niet? Wie meerder en eerder dan Hij is het waard, Dat zondaars Hem prijzen en loven op aard.

No. 40. (S. 72.)

Werk, want de nacht komt dalen.

Werk in het morgenuur! Werk eer uw licht gaat falen:

't Licht is kort van duur. Werk in de zonnestralen,

In 't licht dat God nu geeft; Werk, want de nacht zal dalen,

Die geen dag meer heeft.

Sluiten