Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevoerd. Toen men voor veel geld machines had aangebracht, wilde men die dure voorwerpen ook zoolang mogelijk gebruiken. De leuze gold dat de laatste 10 minuten van een langen arbeidsdag den patroon honderden gulden winst aanbrachten. Toen kwam de 15 a 16-urige arbeidsdag. In fabrieken hadden de werklieden feitelijk geen vrijen tijd en ook de overige bedrijven, die niets met het fabriekswezen te maken hadden, ondervonden den invloed dezer beweging.

Schrijvers als Maurice, Kingsley en Robertson, de bekende Engelsche Christen-socialisten, die vooral sedert 1848, in de dagen van het Chartisme, optraden doen ons een blik slaan in de allertreurigste toestanden van die jaren, ook in den droevigen kinderarbeid die toenmaals in zwang was. Maar de reactie bleef niet uit. Hier moeten wij allereerst noemen den bekenden Robert Owen, die het waagstuk ondernam, te midden van den 16-urigen werktijd, op zijn fabriek dezen tot 11, later tot 10| uur te verkorten.

Het waagstuk, dat iedereen dwaasheid noemde, gelukte; hij kon de concurrentie volhouden. Toen werd later in 1847 de wet aangenomen, dat voor de textielindustrie niet meer dan 10 uur zou worden gewerkt. Men paste die eerst toe met vreeze en beving, daar men bang was de concurrentie niet te kunnen volhouden. Maar het resultaat was geheel anders, de productie werd niet minder, eerder meer. Fabrieken, die overgingen van 11 op 10 uur kregen vermeerdering van productie. In Amerika waren sommige voorbeelden nog sterker. In een fabriek te Massachusetts veranderde men den werktijd van 13 op 11 uur en de productie vermeerderde.

Dergelijke voorbeelden toonen duidelijk aan, dat een arbeidsdag van 13, 12 of 11 uur te 'lang is, dat de arbeider door afmatting minder produceert.

Zoo is men voortgegaan met het verkorten van den arbeidsdag, helaas meer in andere landen, dan in ons land.

Sluiten