Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wie eenigszins met arbeidersgezinnen bekend is, kent die angst, die zorg, dat gevoel van het zwaard van Damocles, dat zoovelen altijd boven het hoofd hangt. Het werk van metselaars, schilders, pannebakkers enz. hoe is het niet aan werkeloosheid onderhevig?

Wie kent ze niet in onze onthoudersgezinnen, die angstige tijden, waarin men zich genoodzaakt ziet, tegen wil en dank en eergevoel in, hulp in te roepen? Is het een gezonde toestand, wanneer menig werkman die niet drinkt, die gezond is van lijf en leden, er zonder hulp der philanthropie niet komen kan? De flinke werkman zelf voelt hier het onrechtvaardige, het pijnlijke van.

Nu ditzelfde wanhopige gevoel van er toch niet te kunnen komen, van „baloorigheid," van kommer en zorg, drijft er dit niet velen naar de kroeg?

Allerlei dingen werken hiertoe mede, niet het minst de onvoldoende voeding. Waar de huishuur, het bus- en schoolgeld voldaan moet worden, waar knappe ouders hun kinderen netjes naar school willen zenden en er dus ook voor kleeren nu en dan eene kleinigheid af moet, is het voornamelijk de voeding, die onder die slechte tijden, die lage'loonen lijdt."

Deze onvoldoende voeding wórdt nog zeer verergerd door de weinige kennis van kookkunst en voedingswaarde die de meeste vrouwen aan den dag leggen. Zelf het weinige geld, dat voor middageten besteed kan worden, zoude veel beter verbruikt kunnen worden indien de Nederlandsche werkman er niet hardnekkig in volhardde, zich bijna uitsluitend met aardappelen te voeden en meer erwten en boonen, havergort en karnemelk gebruikte.

Daarom leve alle huishoud- en kookscholen, die gezonder begrippen omtrent voeding aanbrengen!

Maar, zooals het is, met het leege, slappe gevoel in de maag, met zorg en kommer in het hart, met die tallooze verleiding daar buiten, is het menschelijker wijze gesproken een wonder, dat zoovelen de toe-

Sluiten