Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

28. GEZANG 274. Komt laat ons voortgaan, kindren! — Want de avond is nabij; — Het stilstaan kan licht hindren — ln deze woestenij; Komt sterkt opnieuw den moed! — Den wandelstaf geheven, — Om hemelwaarts te streven: — Zoo wordt het einde goed. 2. Zij zal ons niet berouwen,— De keus van 't smalle pad; & Wij kennen den Getrouwe, — Die ons heeft liefgehad.-— Vest al uw hoop op Hem! — Dat ieder 't aangezichte — Ginds naar de Godsstad richte: — Daar ligt Jeruzalem !

29. Hier, ver van 7 aardsch gewoel, — Zoeken w' U weer; Spreek met Uw liefdestem - Tot ons, o Heer! — O, zie ons voor U staan, Zie ons genadig aan, — Laat ons niet ledig gaan — Van U, o Heer.

2. Kom, Heiige Trooster, kom ! — Schijn in ons hart; — Neem weg van ons, o Heer! — Al wat U smart. — Vernieuw ons door uw kracht, — Toon hier ook Uwe macht. — Vervul ons dag en nacht

— Met Uwen Geest!

3. Behoud, o Heer Uw werk, — En laat ons zien, — Dat zondaars door Uw Geest,

— Steeds tot U vliën. — Maak woning in ons, Heer! — Verblijd ons keer op keer! — En geef ons meer en meer? — Van Uwen geest!

Sluiten