Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Be toestemming wordt steeds geweigerd, indien de wijziging de behandeling van het rechtsgeding aanmerkelijk vertragen of den verdediger in zijne verdediging henadeelen zou.

Zn wordt ook steeds geweigerd, indien de wijziging ten gevolge zou hebben, dat eene der partijen noodeloos kosten gemaakt had, tenzij de klager haar deze vergoedt.

Artikel 126.

De voorzitter doet ambtshalve, indien hij dit noodig acht, eene partij door den griffier ter terechtzitting oproepen.

Indien eene partij een natuurlijk persoon is, onbekwaam m rechte te staan, kan zij in persoon of bij haren vertegenwoordiger, of kunnen

beiden opgeroepen worden. . iin ■■

Indien een orgaan van openbaar gezag, dat een college is als pa j optreedt, kunnen alle of een of meer der leden van het college opge-

10 ]')e' opgTToe'penen kunnen zoowel te zamen als afzonderlijk gehoord

^Tegenwoordigheid bij het verhoor van gemachtigden, raadslieden en anderen, wier aanwezigheid ongewenscht voorkomt, kan \ei boden worden.

Artikel 127.

De voorzitter doet ambtshalve de naar zijn oordeel noodige getuigen en deskundigen door den griffier ter terechtzitting oproepen

De o-riffier geeft van de namen der door hem opgeroepen getuigen en deskundigen zoo spoedig mogelijk aan de partijen kennis.

Artikel 128.

Op verzoek van eene partij kan de voorzitter eene partij, bepaalde getuigen of deskundigen door den griffier ter terechtzitting doen

°Pvir«le afwijzende beschikking des voorzitters staat, gedurende vijf dagen na ontvangst van een afschrift daarvan, beroep open bij het gerecht, waarvoor het rechtsgeding dient.

Artikel 129.

De partijen kunnen getuigen en deskundigen ter terechtzitting medebrengen of bij (leurwaarders-exploit ter terechtzitting oproepen.

De partijen geven van de namen der getuigen en deskundigen, die door haar ter terechtzitting zijn opgeroepen of zullen worden medegebracht, ten minste drie dagen vóór de terechtzitting aan den %oor-

/VlHetkgerecht kan weigeren, getuigen en deskundigen te liooren, ten aanzien van wie de bepaling van het tweede lid niet is machtgenomen.

Sluiten