Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 130

De getuigen en deskundigen geven vóór den aanvang van hun verhoor hunne namen, voornamen, beroepen en woonplaatsen op en doen, alvorens hunne verklaringen af te leggen, in handen van den voorzitter den eed of de belofte : de getuigen, dat zij zullen zeggen de geheele waarheid en niets dan de waarheid, de deskundigen, dat zij verslag zullen doen naar hun geweten.

Het gerecht kan bevelen, dat bepaalde personen gehoord zullen worden zonder het afleggen van eed of belofte.

Artikel 131.

De getuigen en deskundigen zullen zich, zonder verlof van het gerecht, niet van een schriftelijk opstel mogen bedienen.

De volgorde, waarin de getuigen en deskundigen gehoord zullen worden, alsmede de met het oog op hunne onbevangenheid ter terechtzitting te nemen maatregelen, worden door den voorzitter bepaald.

De getuigen en deskundigen mogen, voor het einde van de behandeling* van het rechtsgeding, zich niet verwijderen, dan nadat zij van den voorzitter daartoe verlof bekomen hebben.

Artikel 132.

De getuigen en deskundigen kunnen door den voorzitter en de leden van het gerecht en, door tusschenkomst van den voorzitter, door de partijen ondervraagd worden.

Vragen, door het gerecht op verzoek van eene der partijen of ambtshalve gewraakt, hetzij als niet ter zake dienende, hetzij om andere tei vermelden redenen, worden niet gedaan.

Artikel 133.

De partijen kunnen elkander door tusschenkomst van den voorzitter vragen stellen. Zij kunnen zoowel dotor den voorzitter als door de overige leden van het gerecht ondervraagd worden.

"\ ragen, door het gerecht op verzoek van eene der partijen of ambtshalve gewraakt, hetzij als niet ter zake dienende, hetzij om andere te vermelden redenen, worden niet gedaan.

Artikel 134.

Ambtshalve of op verzoek van eene der partijen kan het gerecht bevelen, dat de verklaring van eene partij, eenen getuige of deskundige geheel in het proces-verbaal der terechtzitting zal worden opgenomen.

Aan zoodanig bevel wordt terstond gevolg g-egeven, waarna het in schrift gestelde aan de partij, den getuige of deskundige voorgelezen en door haar of hem met den voorzitter en den griffier onderteekend wordt. Heeft onderteekening niet plaats, dan wordt de reden daarvan in het proces-verbaal vermeld.

Sluiten