Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 264.

De herziening wordt verzocht binnen dertig dagen na den dag, waarop de jongste der onvereenigbare uitspraken in kracht van gewijsde gegaan is.

Zij wordt tevens verzocht binnen twee jaren na den dag, waarop de oudste der onvereenigbare uitspraken in kracht van gewijsde gegaan is.

Artikel 265.

De herziening wordt verzocht door het inzenden van een verzoekschrift. tot herziening ter griffie van den lioog-en raad.

Artikel 87 vindt overeenkomstige toepassing.

Op strafte van niet-ontvankelijkheid:

1°. is het verzoekschrift met redenen omkleed;

2°. gaat het vergezeld van zooveel afschriften als er, behalve den inzender, partijen in het geding tot herziening zijn, en van authentieke afschriften der onvereenigbare gewijsden;

•3°. wordt het door eenen advocaat of eenen procureur namens den verzoeker onderteekend.

Artikel 266.

In het geding tot herziening vormen degene, die het verzoekschrift ingezonden heeft, en zij, die verder partij geweest zijn in de administratieve gedingen of in het administratief en het burgerlijk of strafgeding, door de aangevallen gewijsden beslist, de partijen.

De procureur-generaal bij den lioogen raad en de beklaagden worden geacht in het strafgeding partij geweest te zijn.

Artikel 267.

Indien herziening wordt verzocht van gewijsden, waarvan het eene door den burgerlijken of den strafrechter gewezen is, behandelt de hooge raad het verzoekschrift tot herziening met zeven leden, den voorzitter van den hoogen raad inbegrepen.

De zes overige leden worden door den voorzitter ter h elf te uit de leden der administratieve kamer en ter lielfte uit de burgerlijke of der strafkamer aangewezen, al naar het eene der onvereenigbare gewijsden door den burgerlijken of door den strafrechter gewezen is.

Artikel 268.

De voorzitter doet den griffier onverwijld een afschrift van het verzoekschrift aan de andere partijen toezenden.

Hij stelt den dag voor de behandeling van liet verzoekschrift ter terechtzitting vast. De griffier brengt die dagbepaling ter kennis van de partijen.

Artikel 122 vindt overeenkomstige toepassing'.

Bij de behandeling ter terechtzitting kan ieder der partijen mon-

Sluiten