Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonder rechtsgevolg staan de uitspraken met publiekrechtelijk rechtsgevolg. Men zou ze. wilsverklaringen kunnen noemen.

W elnu, deze wilsverklaringen zijn hetzij wetten of wettelijke voorschriften, hetzij andere wilsverklaringen. Wat wetten betreft, daarover mag de administratieve rechter nimmer oordeelen, onverschillig wat zij inhouden, eene algemeene regeling of eene regeling voor een bijzontier geval (art. 121, lid 2 Grondwet). Dan behoort hem ook geen oordeel toe te komen over de wettelijke voorschriften, d. z. de wilsverklaringen van de Kroon en de lagere besturen, waarbij algemeen verbindende voorschriften worden gesteld. Dat geschiedt bij de algemeene maatregelen van bestuur van de Kroon en — ten deele althans — bij de reglementen en verordeningen der lagere besturen, want niet alle wilsverklaringen der lagere besturen, die het onzuivere spraakgebruik onzer wetten verordeningen en reglementen noemt, houden algemeen verbindende regels in (art. 15U Gem.wet). Daarmede zijn de uitzonderingen evenwel uitgeput:. Als voorwerp van administratieve rechtspraak resten dus de besluiten, d. z. de wilsverklaringen met publiekrechtelijk gevolg, voor zoover zij noch wetten noch wettelijke voorschriften zijn. Yg. artt. 3 en 8 Ontw.

De Overheid kan evenwel het publiek recht niet alleen schenden door te handelen of te besluiten. Zij kan ook in strijd met de wet weigeren of verzuimen te handelea of te besluiten. Gok tegen dit onrecht moet de administratieve rechtspraak beschermen. Weigert of verzuimt daarentegen de Overheid een wet of wettelijk voorschrift uitte vaardigen, zoo geeft administratieve rechtspraak geen pas. Controle over dergelijke weigeringen of verzuimen zou toch controle zijn over de handelingen van den hoogsten wetgever of over de uitoefening van de wetgevende bevoegdheid der Kroon of der lagere besturen.

Door wetsduiding brengt art. 5 Ontwerp — ter vereenvoudiging van de terminologie der wet — de verzuimen onder het begrip weigeringen. Drieërlei zijn dus de daden der administratieve organen, waartegen beroep op den administratieven rechter moet openstaan:

1°. besluiten: dat zijn uitspraken met publiekrechtelijk rechtsgevolg, voor zoover zij niet zijn wetten of wettelijke voorschriften (artt. 3 en 8 Ontwerp);

2°. handelingen of materieele daden;

weigeringen, besluiten te nemen of handelingen te verrichten (artt. 4 en 5 Ontwerp).

§ 3. Rechtsmacht van den administratieven rechter.

No. 1. Haar karakter in het algemeen

Hoe zal nu de administratieve rechter tegen wetsschennis op het hierboven begrensde gebied (besluiten, handelingen, weigeringen) waken: Opdat hij daartoe in staat zij, moeten hem zekere bevoegdheden worden toegekend. Maar welke? Eén zaak staat vast. Nimmer mag de bevoegdheid van administratieve organen, besluiten te nemen

Sluiten