Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorschrift, dat hunne restitutie verplichtend stelt, is bijgevolg ook overbodig- (art. 14 Ontw.).

Het ontwerp kan dientengevolge volstaan met de enkele bepaling, dat besluiten, ter uitvoering van een onwettig verklaard besluit genomen, ingetrokken moeten worden. Wordt deze intrekking verzuimd, de betrokkenen kunnen over de weigering klagen. Vg. art. 279 Ontw.

ยง 6. Vervolg. De rechtsmacht van den administralieven rechter en het vrije goedvinden der administratie.

In de regeling van de bevoegdheid der administratie laat het publiek recht groote ruimte aan het vrije oordeel der uitvoerende organen. Nu eens mag een administratief orgaan handelen, indien het dat geraden acht. Dan weer behoeft het alleen te handelen, of behoeft het alleen op zekere wijs te handelen, niet als bepaalde omstandigheden aanwezig-, maar als naar zijn oordeel bepaalde omstandigheden aanwezig zijn. Voorwaarde voor de toepassing der wet is in dergelijke gevallen, niet de aanwezigheid van zekere feiten, maar die van het willekeurig oordeel der administratie omtrent het bestaan dier feiten. Of de administratie is bevoegd, aan besluiten, die zij nemen moet, naar eigen en vrij inzicht zekere voorwaarden te verbinden. Kortom, in schakeeringen zonder tal, heeft de wet de bevoegdheid der administratie erkend, ih meer of minder ruime mate, ong-ebonden door wettelijken dwang, naar goedvinden te handelen.

Zoover de Overheid naar goedvinden mag handelen, zoover is zij niet door het publiek recht g-ebonden. Zoover kan zij dus nimmer met het publiek recht in strijd handelen; zoover kan zij dus ook nimmer verplicht zijn te handelen. Dat alles spreekt vanzelf. En bok behoeft het geen betoog, dat de rechter in ieder bijzonder geval, aan zijn oordeel onderworpen, beslist, of en in hoever de Overheid naar goedvinden mag handelen. De rechter is toch het onafhankelijk orgaan, met de bindende uitlegging der wet voor ieder bijzonder geval belast. En uit de wet volgt, welke mate van vrijheid de Overheid bij haar optreden geniet.

De rechter nu verklaart besluiten, handelingen en weigeringen dei1 administratie enkel onwettig wegens schennis van publiekrechtelijke wetten of wettelijke voorschriften. Daar strijd met het publiek recht onmogelijk is, voor zoover de Overheid naar goedvinden mag handelen, kan bijgevolg de onwettigheid van besluiten, handelingen of weigeringen nimmer worden uitgesproken, indien de Overheid liaar vrij goedvinden binnen de door de wet gestelde grenzen heeft gebruikt. A oor overschrijding van haar vrij gebied, waar de rechter de onwettigheid van besluiten, handelingen 'of weigeringen uitspreekt, heeft zij dus in het minst niet te vreezen.

En evenmin behoeft de administratie te duchten, dat. de rechter haar zal veroordeelen, handelingen te verrichten of besluiten te nemen, die zij naar vrij goedvinden al of niet mag nemen; of dat hij haar op zulk een wijs tot het nemen van verplichte besluiten of het verrichten van verplichte handelingen zal veroordeelen, dat haar vrij goed-

Sluiten