Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gelukkig echter dat de rechter —- blijkens de ervaring' — zijn weg te midden dier ongewisse grenzen zeer wel weet te vinden; dat hij vage begrippen als algemeen belang, openbare rust of orde, brandgevaar, doelmatigheid of nuttigheid van een werk en zulke meer, weet te omlijnen; dat hij technische vragen met behulp van deskundigen weet op te lossen, en vooral, dat liij weet vast te stellen, in hoever het vrije oordeel der administratie rechterlijke controle uitsluit. Dat bewijzen bijv. gezwegen van onzen burgerlijken en strafrechter, die herhaaldelijk met niet minder vage teksten te werken hebben -— 1' rank tijk met zijn generaal appèl wegens exces de pouvoir, Oostenrijk met zijne algemeene klacht bij het administratieve hof en niet het minst Engeland met zijn onbeperkt beroep op den gewonen rechter.

Maar het administratieve recht is, werpt men misschien tegen, in het Britsche Iiijk meer gedetailleerd dan op het vaste land; het voorbeeld van Engeland bewijst dus niets. Zoo lijkt het inderdaad den oppervlakkigen beschouwer. Wie niet geheel vreemdeling is op het terrein der Engelsche constitutie, weet echter beter. Niet het administratieve recht, maar de administratieve wet is daar gemeenlijk uitvoeriger dan op het continent. De organisatie van de wetgevende macht in Engeland verplicht daar immers, in de wetten zelve op te nemen, wat, hier te lande bijv., gewoonlijk aan eenen algemeenen maatregel van bestuur ter regeling wordt overgelaten.

1'ractisch overbodig, is de enumeratie tevens theoretisch onverdedigbaar. Inderdaad is zij toch niets anders dan eene rechterlijke verrichting, door den wetgever den rechter uit de hand genomen. De rechter heeft te beoordeelen, of door een overheidsdaad de wet geschonden is. Om dat oordeel te kunnen vellen, moet hij eerst onderzoeken, of en in hoever de toepasselijke wetsbepaling aan de administratie vrije beweging laat, want waar de Overheid naar goedvinden mag handelen, kan zij de wet niet overtreden. Dat onderzoek is een onderzoek naar den zin en de beteekenis der wet, een onderzoek dat geheel binnen 's rechters roeping ligt. En wat doet nu de enumeratie ? Dat rechterlijk onderzoek geheel of ten deele overbodig maken! Niet-enumeratie beduidt toch, dat de niet geënumereerde tekst geen voorwerp van rechterlijk onderzoek zal zijn.

Een wetgevend lichaam beschikt echter niet over de eigenschappen, die den uitlegger der wet eigen behooren te wezen. Zuivere objectieve waardeering van den wetsinhoud is een volksvertegenwoordiging noodwendig vTeemd. Haar oordeel wordt steeds mede door politieke overwegingen bepaald. Wetgevingen, die enumereerden, enumereerden dan ook steeds voorschriften omtrent het beleid der administratie, a oorschriften dus, die de administratie zekere vrijheid van handelen laten; en zij droegen den rechter op die voorschriften, als waren zij bindende regels, te handhaven. Waarom ? Niet omdat de wetgever in dergelijke gevallen het goedvinden der administratie voor uitgesloten hield. Dat wist hij wel beter. Maar omdat hij hier, om de een of andere reden, liet administratief beleid door den rechter wilde laten controleeren.

Zoo voert de enumeratie tot verwarring van rechterlijke met admi-

Sluiten