Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welks rechtsgebied de eerste administratieve instantie gevestigd is. De zetel van het administratief orgaan, tegen welks besluit, handeling of weigering het administratief appèl was gericht, geeft hier dus den doorslag.

Op soortgelijke overwegingen berust het voorschrift van art. 74, lid 2, Ontw. betrekkelijk de schorsings- en vernietigingsbesluiten. Zij worden aangevallen voor de rechtbank van het arrondissement, waarin het bestuur, welks besluit is geschorst of vernietigd, zijnen zetel heeft.

Hiermede zijn de uitzonderingen nog niet uitgeput. In tal van speciale wetten, zooals bijv. de te ontwerpen nieuwe Beroepswet (vg. § 38) en de Kieswet (artt. 36 vv., 112 vv.) zullen nog bijzondere regels voor de relatieve competentie voorkomen. ])e bevoegdheidsbepalingen van het ontwerp gelden dus niet altijd; zij grijpen alleen in, waar speciale voorschriften ontbreken.

No. 3. Afwijking van de gewone regels der bevoegdheid: onderdrukking van instanties.

Het administratief proces kent drie en, voor zoover het besluiten betreft in administratief appèl genomen, twee instanties. Zoo vordert nu eenmaal het belang van de rechtzoekenden en den Staat, De partij011' getuigen en deskundigen behoeven danik zij de ontworpen ordening der instanties — niet ver te reizen om den lag'eren rechter te bereiken, die hen hooren moet. Bovendien, herhaalde behandeling van een geding is een onontbeerlijke waarborg tegen misslagen van de partijen en den rechter.

Een geding kan echter zoo bijzonder geaard wezen, dat, ook al spreekt de hoogere of hoogste rechter onmiddellijk recht, zijne uitspraak niet minder vertrouwen zal verdienen, dan wanneer eene lagere instantie reeds vóór hem vonnis gewezen had. Gaf de deugdelijkheid der beslissing' alleen den doorslag, al de zaken, voor directe afdoening geschikt, zouden derhalve, met voorbijgang der lagere instanties, rechtstreeks door den lioogeren rechter kunnen worden uitgewezen. Maar behandeling enkel voor den hoogeren, verder verwijderden rechter, kan den klager beletten zelf in rechte te verschijnen, kan de kosten der getuigen en deskundigen aanmerkelijk doen stijgen. Er dient dus a oorziening getroffen, dat noch de partijen, noch het Rijk ten gevolge van verkorting van den rechtsweg schade ondervinden.

Op deze overweging-en berusten de voorschriften omtrent de verwijzing van het rechtsgeding naar eenen hoogeren rechter. Yg. artt. 60 -90 Ontw. I; artt. 70, lid 2, en 93a Ontw. (R. O.) II.

Op verzoek van een der partijen kan nl. iedere bij eene rechtbank aanhangige zaak naar het hof of den hoog'en raad verwezen worden (art. 60 Ontw. I; artt. < 0, lid 2, en 93a Ontw. II). De rechter, voor wien de zaak dient, beslist bij beschikking over d© verwijzing; zijn oordeel i§l in beginsel vriji In overeenstemming niet den aard van het instituut zal hij zich dus afvragen, of het. onderdrukken van een of twee instanties aan de deugdelijkheid der eindbeslissing niet te kort zal doen. En al naar hij bevestigend of ontkennend meent te

Sluiten