Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tief en een burgeerlijk of een strafrechtelijk gewijsde onv eieenigbaar, dan moet de oplossing der verscheidenheid van eenen rechter komen, die èn bij den administratieven èn bij den burgerlijken of den strafrechter gezag heeft. Daarom laat het ontwerp in dat geval eene gemengde kamer van den hoogen raad beslissen. Zij bestaat uit den voorzitter van den lioogen raad, benevens zes leden, drie uit de administratieve kamer en, naar omstandigheden, drie uit de burgerlijke of de strafkamer (artt. 265 en 267 Ontw.). ...

De procedure tot herziening" is vrijwel gelijk aan die tot vernietiging van gewijsden wegens nieuwe feiten (artt. 268, 263, lid 1, en 254 Ontw.). Eene soortgelijke bepaling als art. 250, lid 2, Ontw. vond bovendien ook in den vierden titel een plaats. Binnen twee jaren, nadat de oudste der onvereenigbare uitspraken in kracht van gewijsde gegaan is, moet namelijk de herziening gevraagd worden (art. 264, lid 2, Ontw.). En er wordt ook tegen het misbruiken van dit buitengewone rechtsmiddel

g'ewaakt (artt. 265 en 251 Ontw.).

De herziening- van een in kracht van gewijsde gegaan strafvonnis mag niet tot nadeel strekken aan eenen beklaagde, over wiens daad ten principale geoordeeld is. Met dit beginsel van ons. strafprocesrecht rekent art, 272 Ontw. En wat burgerlijke en administratieve gewijsden aangaat, zijn maatregelen getroffen, dat derden te goeder trouw met dupe worden van de herziening. Wie rechten of aanspraken verwerft, waarover bij burgerlijk of administratief gewijsde beslist is, mag toch redelijkerwijs verwachten, dat in die rechten of aanspraken geen wijziging meer zal worden gebracht. Artt. 271 en 274 Ontw. waarborgen, dat- die verwachting niet bedrogen wordt. ^

Over liet gebruik van het woord „aanspraken in art. 214 vg. de M. v. T. op die bepaling.

§ 29. De rechtsgeleerde raadsman der partijen; ten deele verplichte en ten deele kostelooze rechtsbijstand.

De partijen procedeeren zelve, hetzij in persoon of bij gemachtigde, onvermogenden ontvangen geenen kosteloozen rechtsbijstand. Als het proces goedkoop zal zijn, moeten de partijen toch zelve kunnen optreden. En als de bijstand van een raadsman niet verplichtend is, behoeft rechtsgeleerde hulp niet kosteloos beschikbaar gesteld te woiden.

Zoo" stelt liet ontwerp voorop, maar naar beide zijden met zeker voorbehoud. Het klaagschrift vormt den grondslag van het geding: het begrenst en motiveert het beroep. Zonder een klaagschrift, dat het punt in geschil nauwkeurig aanwijst en 's klagers grieven precies formuleert, is goede en, zeker, vlotte rechtspraak met wel denkbaar (art 88 Ontw. I). En nu heeft de ondervinding reeds geleerd, dat de partijen zelve doorgaans niet bij machte zijn, een deugdelijk klaagschrift te leveren. Tal van klaagschriften m ongevallenzaken voldoen zelfs niet aan zeer bescheiden eischen. De rechter zal dus herhaaldelijk aldus vergunt het ontwerp (art. 91) — den klager omtrent

het' klaagschrift inlichtingen moeten vragen. Dit nader informeeren leidt echter tot ongeweiisckte vertraging. En wat nog erger is, als dit

Sluiten