Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mionneeren, zooals te vreezen staat, op zeen* uitgebreide schaal zou moeten geschieden, ging de rechter ten slotte als raadsman van den klager fungeeren. Daarom is voor het klaagschrift onderteekening door eenen advocaat of procureur voorgeschreven (art. 86). Zoo wordt ook nog indirect het volkomen ongemotiveerd klagen zoo al niet voorkom men, dan toch gebreideld. Vg. ook artt. 251 en 265.

Hoe belangrijke stukken verzetschriften en beroepschriften in hooger beroep en in cassatie mogen wezen, in beteekenis halen zij op verre "na met bij het klaagschrift. Steunt op deze schriftuur het geheele proces, de verzet- en beroepschriften zijn niet meer dan de formeele verklaring der heropening van het geding (artt. 96, 193 vlg., 221 vlg. Ontw. I).

oimelding van de aangevallen beslissing en van de namen der partijen, dat is zoo ongeveer alles wat zij inhouden. Stukken van zoo eenvoudigen aard kunnen door iedereen worden opgesteld. Te hunnen aanzien mogen de partijen dus niet verplicht worden, de vrij kostbare medewerking van eenen rechtsgeleerden raadsman in te roepen Yiï artt. 97, 198, 208, 226 en 235 Ontw. I.

Verplichte rechtsbijstand heeft kosteloozen bijstand in zijn gevolg W at baat den onvermogende zijne bevoegdheid tot klaclite, als hij den advocaat of procureur niet kan betalen, die liet klaagschrift voor hem moet stellen.-' Maar het ontwerp breidt, de gTens van den verplichten bijstand overschrijdend, de kostelooze rechtshulp tot de verzet- en beroepschriften uit. Zelfs de samenstelling van deze zoo eenvoudige schrifturen gaat immers dikwijls de krachten van onontwikkelden te hoven. En opdat geldgebrek nimmer den weg naar den hoogeren rechter aisluite, dienen dus onvermogeiiden, op hun verzoek, ook voor liet opstellen van verzet- en beroepschriften kosteloos eenen rechtsgeleerden raadsman toegevoegd te krijgen. Yg. artt. 87 97 199 208 227 235. Zie ook de artt. 251 en 265.

§ 30. De rechtskracht van het vonnis.

No. 1. Algemeene grens der rechtskracht.

Het vonnis moet bindend zijn, zal het eenige beteekenis bezitten. Maar wien zal het binden en waartoe zal het binden ten aanzien van welke onderwerpen ?

De laatste vraag- is gemakkelijk te beantwoorden. De rechter spreekt enkel recht ten aanzien van het onderwerp, door de klacht aan zijn oordeel onderworpen. Het gezag van zijn vonnis reikt derhalve nimmer verder dan het onderwerp, d. i. de handeling, de weigering of het besluit der administratie, ten aanzien waarvan hij beslist. Dat is de algemeene grens van de bindende kracht der rechterlijke uitspraak. In art. 276 Ontw. is zij getrokken.

No. 2. Inhoud der gebondenheid en gebonden personen bij veroordeelingen en wettig- en onwettigverklaringen.

Wat de personen betreft, die gebonden worden, en den inhoud der

Sluiten